Brussel wil de verslavende scroll temmen. De pers mag hopen dat ze niet mee in bad gaat

Het Europees Parlement wil sociale media veiliger maken voor jongeren. Donderdag 17 september 2026 stemden de Europarlementariërs met 395 stemmen voor, 136 tegen en 80 onthoudingen voor een pakket voorstellen: minder verslavend ontwerp, meer algoritmische transparantie, een “jongerenmodus” zonder gerichte reclame, leeftijdscontrole zonder dataplundering, en een EU-gedragscode voor influencers. Dezelfde dag stelde Commissievoorzitter von der Leyen haar EU Kids Act voor. Algoritmen stoppen niet aan de grens, klinkt het. De vraag voor journalisten is of het nieuws dat wél doet.

Wat het Parlement precies wil

Platforms moeten volgens het Parlement meer verantwoordelijkheid nemen. Schadelijke verslavende trucs — oneindig scrollen, eindeloze aanbevelingen, persuasive design — moeten aan banden. Er moet een jeugdmodus komen die gerichte reclame voor minderjarigen uitschakelt. Leeftijdscontrole mag, maar zonder persoonsgegevens te bewaren. AI-metgezellen krijgen ethische normen. AI mag geen seksuele beelden of video’s van iemand genereren of manipuleren zonder toestemming.

Daarnaast ziet het Parlement de herziening van de richtlijn audiovisuele mediadiensten als een kans. Influencers en professionele contentmakers op videoplatforms moeten duidelijker onder dezelfde transparantieregels vallen als klassieke mediadiensten. Sponsoring moet zichtbaar zijn. Oneerlijke handelspraktijken moeten eruit. En er moet een Europese gedragscode komen voor influencers, bureaus en platforms.

Rapporteur Sandro Ruotolo (S&D, Italië) zei het zo: geen sociale media onder de 13, begeleide toegang van 13 tot 15 — inclusief een uur per dag — en daarna meer autonomie. “We bespreken niet alleen wat jongeren met sociale media doen, maar ook wat sociale media met jongeren doen.”

De cijfers zijn bekend: 98 procent van de 16- tot 29-jarigen in de EU zit dagelijks online. Sociale netwerken zijn hun hoofdactiviteit.

Journalisten tussen bescherming en bereik

Voor de pers zit het venijn in de details. Nieuws bereikt jongeren vooral via de feeds die Brussel nu wil afremmen. Een uur TikTok of Instagram per dag voor 13- tot 15-jarigen klinkt nobel tot je beseft dat dat uur al vol zit met dansjes, challenges en een enkele fragmentarische headline. Wie het nieuws daar nog tussen moet wurmen, krijgt het lastiger.

De gedragscode voor influencers is interessanter. Veel journalisten — zeker freelancers en specialisten — leven intussen op dezelfde platforms als de content creators. Ze doen podcasts, YouTube-reeksen, nieuwsbrieven met partners, Instagram-carrousels. Als “professionele makers van inhoud” dezelfde reclametransparantie moeten naleven als omroepen, is dat deels terecht: het publiek verdient te weten wie betaalt. Het is echter ook extra papierwerk voor mensen die al geen vast contract hebben.

Nog scherper wordt het bij de AV-richtlijn. Als influencers en journalisten die video maken onder dezelfde noemer vallen, verdwijnt het oude onderscheid tussen “media” en “content”. Dat kan een gelijk speelveld opleveren. Het kan evengoed betekenen dat een onderzoeksjournalist op YouTube plots dezelfde compliance-last draagt als een beauty-influencer met giftcodes. De platformen zullen het onderscheid niet altijd fijnzinnig maken. Overmoderatie is een bekend bijverschijnsel: liever een item over een heikel onderwerp weghalen dan een boete riskeren.

Algoritmische transparantie klinkt als manna voor wie al jaren klaagt dat serieuze journalistiek verdwijnt achter kattenvideo’s. Alleen: transparantie is nog geen eerlijke zichtbaarheid. Als platforms hun aanbevelingssystemen “risicogebaseerd” moeten afstellen, is de kans groot dat controversieel, ongemakkelijk of politiek scherp nieuws als “schadelijk” wordt behandeld. Bescherming van jongeren is een nobel doel. Het is ook een prachtig alibi om lastige content te dempen.

Goede bedoelingen, glad ijs

De intentie is begrijpelijk. Verslaving, pesten, verstoord lichaamsbeeld, AI-deepfakes: het is geen fabeltje. Dat platforms hun producten veiliger moeten maken in plaats van de verantwoordelijkheid bij ouders en kinderen te parkeren, is een redelijk uitgangspunt. Het zijn de autofabrikanten die ook  airbags ontwerpen, niet de inzittenden.

Toch blijft de uitvoering een Brussels klassieker. Leeftijdscontrole zonder data bewaren klinkt mooi tot je je afvraagt hoe dat technisch én juridisch waterdicht wordt. Een uurlimiet voor 13- tot 15-jarigen is makkelijk gestemd, minder makkelijk gecontroleerd — tenzij we een digitale politieagent in elke broekzak willen. En terwijl het Parlement kinderen van sociale media wil afhouden, leven heel wat parlementsleden zelf van de like, de quote-tweet en de camera in de gang.

Voor Vlaamse journalisten is de boodschap helder. Hun toekomstige lezers, kijkers en luisteraars groeien op in een omgeving die Brussel nu wil herinrichten. Wie vandaag nog denkt dat “de krant” of “de site” vanzelf gevonden wordt, mag wakker worden. De strijd om aandacht verschuift van de redactievloer naar de algoritmes, de app stores en de gedragscodes.

Bescherming van jongeren is nodig. Dat de pers daarbij niet per ongeluk mee aan de ketting gaat, is minstens even nodig. Algoritmen stoppen niet aan de grens. Journalistiek ook niet — tot iemand anders de stekker eruit trekt.

Persbericht

Over de auteur

Verwant

Geef commentaar