Bijverdienen is niet het probleem. Ongecontroleerde invloed wel.

Over het VVJ-standpunt rond neveninkomsten, en waarom het de realiteit van de meeste journalisten in Vlaanderen niet langer dekt.

De aanleiding

De Morgen publiceerde op 11 september een achtergrondstuk over journalisten die betaald worden om debatten en panelgesprekken te modereren. De aanleiding was een podcastreeks die VRT-presentator Kobe Ilsen maakte in opdracht van kiwiproducent Zespri. Na twee afleveringen trok de VRT de stekker eruit: een reeks over gezonde voeding die gefinancierd wordt door een van de grootste fruitproducenten ter wereld, is reclame, en dat valt niet te rijmen met de positie van de presentator.

Daar is weinig discussie over. Interessanter werd het stuk waar het de vergelijking maakte met iets anders. Op het openingscongres van Voka leidde VRT-journalist Michaël Van Droogenbroeck het partijvoorzittersdebat in goede banen, tegen een vergoeding. Dat vormt volgens de VRT geen probleem. De krant ging op zoek naar het verschil tussen beide situaties, en kreeg van de betrokken partijen sterk uiteenlopende antwoorden.

Het artikel bracht ook in kaart hoe wijdverspreid de praktijk is. Bedrijven en organisaties kunnen via boekingsplatformen als Read My Lips en Sprekerspool bekende journalistieke namen inhuren als moderator, met facturatie en opvolging erbij. Professor journalistiek Baldwin Van Gorp (KU Leuven) noemde dat in de krant een verdienmodel, en geen occasionele gunst tegen een onkostenvergoeding.

Wat de VVJ zegt

De Vlaamse Vereniging van Journalisten nam in het stuk een uitgesproken positie in. Algemeen secretaris Charlotte Michils formuleerde het als een basisprincipe: “Als journalist zeg je ‘neen’ tegen commerciële neveninkomsten.” Wie zich via zulke platformen laat inhuren, verwerft volgens haar precies zo’n inkomst. Ze wees erop dat elke opdrachtgever een eigen agenda heeft, en dat een opdracht die vandaag onschuldig lijkt later een eigen leven kan gaan leiden.

De VRT verdedigde in datzelfde artikel een ander model. Daar bestaat een kader, opgesteld samen met de deontologische adviesraad. Nevenactiviteiten die in het verlengde liggen van het journalistieke werk moeten via de hoofdredactie passeren. Die beoordeelt of de opdracht de geloofwaardigheid van de journalist niet ondergraaft, en waakt erover dat iemand niet stelselmatig voor dezelfde organisatie werkt. Hoofdredacteur Steven Samyn voegde eraan toe dat modereren een vak is dat journalisten beheersen, en dat een journalist ook in die rol onafhankelijk blijft.

Van Gorp plaatste daar dan weer vraagtekens bij: je reputatie straalt af op de organisatie die je inhuurt, en dat kan lastig worden zodra je later over diezelfde organisatie moet berichten.

Wat ons verbaast

Onze raad van bestuur heeft het VVJ-standpunt met verbazing gelezen. Niet omwille van de bezorgdheid, die delen wij. Wel omwille van de vorm waarin ze gegoten wordt.

Een verbod op commerciële neveninkomsten veronderstelt dat er iets bestaat als een niet-commercieel journalistiek inkomen. Voor wie in loondienst werkt bij een groot mediahuis klopt die veronderstelling ongeveer. Het maandloon staat los van elke afzonderlijke opdracht, en de werkgever vangt de economische druk op. Voor de zelfstandige journalist bestaat die buffer niet. Elke opdracht wordt afzonderlijk betaald, elke opdrachtgever is een klant, en elk inkomen is per definitie commercieel.

Men zal daartegen inbrengen dat de regel enkel op niet-journalistieke opdrachten slaat. Zo is ze ongetwijfeld bedoeld. En precies daar zit het probleem, want dat onderscheid is niet meer zo scherp als het klinkt.

De grens loopt niet meer tussen beroepen

Vroeger liep de scheidingslijn tussen beroepen. Je was journalist, of je deed iets anders. Vandaag loopt ze dwars door individuele opdrachten heen.

Een debat modereren vraagt precies de vaardigheden die het vak je heeft aangeleerd: dossierkennis, doorvragen, tegenspraak organiseren, een gesprek eerlijk verdelen. Hetzelfde geldt voor lesgeven over mediawijsheid, het redactioneel begeleiden van een sectorpublicatie, het maken van een podcast voor een middenveldorganisatie, of het schrijven van een achtergrondanalyse voor een gespecialiseerd vakblad. Dat is deels journalistiek vakmanschap en deels iets anders, en de verhouding verschilt per opdracht.

Wie dat onderscheid tot vuistregel verheft, krijgt in twee richtingen het verkeerde antwoord. De regel verbiedt opdrachten die volstrekt onschadelijk zijn. En ze mist wat wel problematisch is, juist omdat het er journalistiek uitziet. Wie voor het contentplatform van een bedrijf schrijft over zijn eigen vakgebied, levert formeel journalistiek werk en wordt betaald door een partij waarover hij bericht. Dat is ernstiger dan een avond modereren, en toch valt het buiten de regel zoals ze geformuleerd staat.

Dat combineren verwarring kan wekken, ontkennen wij niet. Maar dan is het aan de journalist en aan zijn opdrachtgever om daarover na te denken en positie in te nemen. Niet aan een verbod vooraf dat de afweging overbodig maakt.

Uitgerekend de werkgever is genuanceerder

Het valt op dat de VRT in dit dossier het verdedigbaardere standpunt inneemt. Goedkeuring vooraf, een toets op geloofwaardigheid, en aandacht voor afwisseling zodat niemand vastgroeit aan één opdrachtgever: dat is een werkbaar systeem. Het houdt rekening met de concrete opdracht in plaats van met een categorie.

Er is bovendien een verschil in positie dat in het debat te weinig aandacht krijgt. De VRT spreekt als werkgever tegen haar werknemers. Een werkgever mag nevenactiviteiten reglementeren, want hij betaalt het loon dat de journalist toelaat neen te zeggen. Een beroepsvereniging die spreekt namens de hele beroepsgroep zit in een andere positie. Zij vertegenwoordigt ook iedereen zonder werkgever, en kan de norm van een arbeidsreglement dus niet zomaar verstrengen tot een absoluut verbod voor iedereen.

Het criterium dat ontbreekt

De juiste vraag is niet of er betaald wordt. Ze bestaat uit vier deelvragen, en ze moet per opdracht gesteld worden.

Krijgt de opdrachtgever invloed op wat je publiceert, of op de manier waarop je het brengt? Raakt de opdracht aan het onderwerp waarover je bericht? Ontstaat er door herhaling een afhankelijkheidsrelatie met één organisatie? Weet je publiek wie betaald heeft?

Op die toets zakt de podcast voor een fruitproducent op elk punt, en terecht. Een tegensprekelijk partijvoorzittersdebat modereren is iets anders, precies omdat de opdracht van de moderator erin bestaat de tegenspraak mogelijk te maken.

Wat opvalt, is dat de eigen voorbeelden van de VVJ in dezelfde richting wijzen. Een economisch journalist die een werkgeversorganisatie modereert, een migratiejournalist die een avond van een ngo leidt: het bezwaar zit daar niet in de vergoeding, maar in de overlap met het eigen vakgebied. Dat is exact ons criterium. Alleen wordt het in het standpunt vervangen door een verbod dat ruwer is dan de redenering eronder.

Waarom dit voor onze leden anders weegt

De Vlaamse Journalisten Vereniging verenigt in hoofdzaak zelfstandige journalisten. Mensen die schrijven voor regionale titels en gespecialiseerde uitgaven, en die hun inkomen samenstellen uit opdrachten van verschillende opdrachtgevers. Onze deuren staan daarnaast open voor fotografen, cartoonisten en makers die met nieuwere vormen van journalistiek bezig zijn, op voorwaarde dat het werk journalistiek van aard is.

Voor die groep is combineren geen keuze die je maakt wanneer het loon tegenvalt. Het is de structuur van het beroep. Een deontologische norm die enkel na te leven valt door wie een vast contract heeft, maakt van onafhankelijkheid een voorrecht in plaats van een beroepsplicht. Dat is geen theoretisch bezwaar. Het bepaalt wie zich journalist kan blijven noemen.

Daar komt bij dat een regel die in de praktijk onhaalbaar is, in de praktijk ook niet wordt nageleefd. Wie het gesprek over grensgevallen onmogelijk maakt, krijgt geen zuiverder beroepsgroep, maar een beroepsgroep die het gesprek niet meer voert.

Waar wij voor staan

Wij pleiten niet voor minder regels. Wij pleiten voor scherpere.

Transparantie over wie betaalt, zodat het publiek de opdracht kan plaatsen. Een toets per opdracht in plaats van een verbod per categorie. En de bereidheid om neen te zeggen wanneer die toets negatief uitvalt, ook wanneer dat geld kost.

Dat is veeleisender dan het klinkt, want het vraagt telkens opnieuw een afweging in plaats van een reflex. Die inspanning is niet de zwakte van het model. Ze is het beroep.

De VJV wil daarover het gesprek voeren met haar leden, en met iedereen die in dit debat een positie inneemt, de VVJ inbegrepen. Vertrouwen is het enige kapitaal dat een journalist heeft. Het wordt beter beschermd door een norm die iedereen kan naleven dan door een verbod dat alleen geldt voor wie het zich kan veroorloven.

Kris Seyen is voorzitter van de Vlaamse Journalisten Vereniging.

Over de auteur

Verwant

Geef commentaar