De titel doet me spontaan denken aan “côté cour, côté jardin”, twee termen uit de theaterwereld ter aanduiding van rechts of links van de scène, gezien vanuit het perspectief van het publiek. Is dit de aankondiging van een tweeledigheid in het boek van Philippe Brandes? De ondertitel “Een Antwerpse jeugd” en Brabo op de cover maken de nieuwsgierigheid en de ‘goesting’ om meteen in het boek te duiken nog groter. Ik ontmoet de auteur in de Bistrot Littéraire van het Centre Wallonie-Bruxelles in Parijs, waar hij zijn boek voorstelt.
Meerdere tweeledigheden
Alexandre, het alter ego van Philippe Brandes, vertelt over zijn Antwerpse jeugd die bol staat van de tweeledigheden.
Zijn vader Pierre Moreau is katholiek, zijn moeder Esther Steinfeld is joods. Via een tante verneemt hij, op fluistertoon, dat pa zich zelfs, uit verliefdheid voor zijn bruid Esther, heeft laten besnijden waardoor hij ook op een goed blaadje kwam te staan bij de schoonfamilie. Abraham Steinfeld en zijn gezin zijn vanuit Krakau naar Antwerpen gekomen om er een beter leven op te bouwen; gevolgd door Abrahams neef en diens vrouw en twee dochters.
Een andere dualiteit is de taal. Alexandre bezoekt een Vlaams college, maar thuis wordt er Frans gesproken. De bourgeoisie in Antwerpen spreekt Frans en het Nederlands wordt gezien als taal van de lagere klasse.
Een derde tegenstelling, die letterlijk verwijst naar de titel, is de oriëntatie van het huis in de Lamorinièrestraat. Noordelijk is het gericht naar de stad; langs het zuiden is er de veranda uitkijkend op het weelderige groen van de tuin.
De auteur geeft de lezer als intro een rondleiding in zijn ouderlijke huis, tot in de oude kelderkeuken toe, wat meteen voor een vorm van intimiteit zorgt. Op de eerste verdieping bevindt zich het kabinet van zijn vader die psychiater is.
Eerst jeugd, dan kinderjaren
Brandes: “Dit boek is eigenlijk een deel van een groter verhaal. Het tweede deel, En ce qui concerne Alexandre, is een echte roman van 400 bladzijden, uitgegeven in 2022. Dat vertelt het verhaal van Alexandre op het moment dat hij zijn studies architectuur aanvat in Brussel. Het relaas van mijn kinderjaren vond ik nogal intiem en eerder bestemd voor de familie. Zij konden me toch overtuigen om het uit te geven, wat nu, drie jaar na mijn debuutroman, een feit is. Ik heb wel de namen veranderd.”
Juste parmi les Nations
De negentienjarige Pierre en de zeventienjarige Esther, Alexanders vader en moeder, ontmoeten elkaar begin 1938 in een ijssalon op de hoek van de Lamorinièrestraat en de Marialei. Tegen de achtergrond van een dreigende oorlog en met Antwerpen als decor, komt dit verhaal heel dichtbij. Hitler staat op het punt Oostenrijk te annexeren. Op de ochtend van 10 mei 1940 vallen de Duitsers België binnen. Pierre wordt gemobiliseerd en probeert zijn eenheid in Frankrijk te bereiken. De familie Steinfeld wil het land ontvluchten, maar dat lukt hen niet. België capituleert en Pierre keert terug naar Antwerpen.
Zijn ouders en die van Esther kennen elkaar van bij de bakker, maar ondanks de barre levensomstandigheden aan het begin van de oorlog is de drempel nog te hoog om zomaar bij elkaar aan te bellen. Dat verandert op de dag dat Esthers broer – die alleen thuis is – en de familie van Abrahams neef worden opgepakt. Het is op dat moment dat de ouders van Pierre een onderduikadres vinden om de ouders Steinfeld, Esther en haar andere broer er veilig onder te brengen tot het einde van de oorlog. Alexanders grootouders en hun zoon Pierre worden later erkend als ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ (Juste parmi les Nations). Het gezin van Abrahams neef en de andere broer van Esther werden vermoord in Auschwitz.
Een gemengd huwelijk
Pierre en Esther trouwen in juli 1946. Een teer punt van discussie is het al of niet besnijden van hun zoon Alexandre. Pierre blijft de kerk trouw en gaat naar de mis, maar zal niet meer ter communie gaan. Ondanks zijn pogingen om haar in het katholicisme te introduceren, blijft Esther haar eigen geloof trouw. Ook zijn er voor Esther dagelijkse aanpassingen, zoals de keuze van sommige eetwaren. Wanneer de naam Israël weerklinkt, blijft ze niet onbewogen. Soms lijkt Esther last te hebben van een schuldgevoel; als overlever is zij getraumatiseerd door de oorlog. Er zal gedurende de veertig jaar dat hun liefde duurt, voor Pierre altijd iets mysterieus aan haar blijven kleven.
Alexandre bezoekt een Franstalige, maar wel katholieke lagere school. Moeders vriendinnen in de joodse gemeenschap haken daarop af. Tijdens de begrafenis van zijn opa langs moederszijde – die gabbai was tijdens de synagogediensten – draagt Alexandre voor het eerst een keppel. Hij is dan al een tiener. Na de dood van haar vader zal Esther alleen nog met haar kleermaakster Jiddisch spreken.
De auteur beschrijft nuchter en treffend, zonder te dramatiseren of te analyseren, de situatie in dit op religieus gebied en qua afkomst tweeledige gezin.
Alexandres interesses
Hij leest Tintin (Kuifje) en heeft in zijn kamer een poster van Picasso’s Guernica hangen. Daarnaast is hij gek op films in de Pathé- en Rex-bioscopen in de buurt van het Centraal Station, en zit hij bij de scouts. De figuur van Martin Gray, een van origine joods-Poolse schrijver, intrigeert hem.
Alexandre volgt het middelbaar onderwijs aan het Vlaamse Sint-Stanislascollege in Antwerpen, waar het niet zo best klikt met sommige leraren. Wel ontdekt hij er Proust. Thuis aan tafel zijn twee onderwerpen taboe: geld en seks. Zijn ontluikende seksualiteit wordt in het boek vrij expliciet beschreven. Ook bezondigt de jongen zich aan het stiekem snuffelen in de dossiers van de psychiatrische patiënten van zijn vader. Uiteindelijk rondt hij zijn middelbare school af in Brussel, op een Franstalig pensionaat. Daarna volgen de eerste buitenlandse reizen zonder zijn ouders. Het grote leven staat voor de deur; Alexandre is volwassen geworden.
Philippe Brandes (1949) gidst de lezer door deze familiegeschiedenis, waarin historische gebeurtenissen het decor vormen. Op andere momenten deelt de lezer het dagelijkse leven van de familie en hun omgeving, badend in de sfeer van het Antwerpen van toen. Alexandre groeit hierin op van kind tot jongeman in een toch wel speciaal gezin. De auteur gebruikt een heldere Franse taal: mooi en toch gemakkelijk leesbaar voor wie Nederlandstalig is. Het is bovendien een interessant en aangrijpend, waargebeurd verhaal voor wie opgroeit in het Antwerpen van vandaag.
Over de auteur
Philippe Brandes is een Belgische auteur, architect en stedenbouwkundige die heeft gewerkt in Brussel, Jeruzalem en Tel Aviv. Hij is de oprichter van ACCRO éditions en heeft verschillende boeken en essays gepubliceerd, waaronder La Rue Écrite – Architecture, ville et littérature en En ce qui concerne Alexandre.
Titel: Côté rue, côté jardin – Une enfance anversoise
Auteur: Philippe Brandes Collectie: « Visages » Pagina’s: 120 blz.
ISBN: 978-2-931137-10-9
Prijs: € 18,-