Internationaal Cartoonfestival Knokke 2026: lachen met mate

65ste editie zoekt nieuw elan

Het Internationaal Cartoonfestival in Knokke dat plaatsvond van 21 maart tot 3 mei keerde dit jaar terug naar de “heimat”, met name Cultuurcentrum Scharpoord, en dat is een goede keuze. De verhuis ging gepaard met een nog meer ingrijpende verandering: niet langer meer tijdens de zomervakantie maar naar een kortere periode in het voorjaar rond de paasvakantie. Om dat allemaal in goede banen te leiden sprak het organiserend comité (het gemeentebestuur) een extern bureau aan, Karakters uit Gent (dat o.m. tentoonstellingen in diverse stadsmusea en Kazerne Dossin in Mechelen had opgezet) om alles in een nieuw concept te gieten. Een concept waarbij men resoluut kiest voor meer beleving.

In 2024 kwamen er 127.000 bezoekers over de vloer, in 2025 nagenoeg 100.000. De cijfers voor deze editie werden (nog) niet bekendgemaakt maar zijn sowieso minder relevant als vergelijkingsmateriaal gezien het nieuwe concept. Om u toch een idee te geven: op 22 april, twee weken voor de slotdag, stond de teller op vierduizend bezoekers.

Het Cartoonfestival verhuist dus naar het voorjaar met als bedoeling om de komende jaren nog meer uit te breiden met randactiviteiten zoals lezingen, debat, workshops,… maar ook om te kunnen samenwerken met scholen. Voor kinderen werd een speciaal doe-boekje uitgegeven en waren er (gratis) creatieve workshops waarin ze hun eigen cartoonhelden konden tekenen of kunstmagneten en gekke sleutelhangers konden maken. Op die manier hoopt men kinderen en jongeren warmer te maken voor het métier.

Wat het festival betreft: eigenlijk ziet de toeschouwer (gratis!) 3 tentoonstellingen in 1: de Internationale Cartoonwedstrijd Gouden Hoed; Press Cartoon Belgium met de 100 beste actualiteitscartoons in de Belgische pers in 2025 (zie ons eerder verschenen artikel) en een Thematentoonstelling waarvoor cartoonisten uit binnen- en buitenland werden gevraagd om speciaal te tekenen voor het festival. Als thema koos men ‘Samen Cartoonist’. Dit leverde dit jaar cartoons op over het métier van cartoonist: hoe tekenen zij in een wereld vol meningen, opinies, AI,… Kunnen zij nog vrij en onverschrokken tekenen?  Met dit deel van de tentoonstelling toonden ze zowel gevestigde cartoonisten als nieuw cartoontalent met deelname van Lecttr, Prudence Geerts, MAT, Erwin Vanmol, Steve Michiels, (dé revelatie van de jongste jaren) Jip Van den Toorn, Fien Cools, Kim, Karl Meersman, Lise Vanlerberghe en Brecht Vandenbroucke.

Over het hoe en waarom men voor Karakters koos, daar wilde het gmeentebestuur met ons niet over communiceren onder het mom “Dat zijn interne procedures”. Gevoelige snaar dus. Zo’n antwoord roept vragen op. Heel vreemd.

Externe curator zorgt voor nieuw concept

Camila de la Fuente – Gouden Hoed.

Dan maar ten rade gegaan bij bureau Karakters zelf waar we wel een antwoord kregen van project manager Pauline Tembuyser op de vraag waaruit hun opdracht bestond?

“Onze opdracht is een éénjarig contract en bestond concreet uit het curatorschap van de tentoonstelling: bedenken van het concept ’Samen Cartoonist’, de deelnemende cartoonisten briefen, de indeling van de beschikbare ruimte, verdeling van de werken, uitschrijven van alle zaalteksten, shooten en monteren van al het audiovisuele materiaal, etc.”

“Karakters heeft al heel wat ervaring met scenografische projecten en hebben al heel wat tentoonstellingen in onze portfolio zitten. Het Cartoonfestival is uiteraard bijzonder omdat we ons moesten verdiepen in de wereld van de cartoons en hoe cartoonisten te werk gaan. Hiervoor luisterden we naar feedback van de cartoonisten zelf en gebruikten hun inzichten om het concept te verfijnen. Ook hebben we enkele van de deelnemende cartoonisten in diepte geïnterviewd. Het resultaat van die interviews was ook te bezichtigen in de tentoonstelling.  Wij stonden niet in voor een rebranding van het Cartoonfestival, maar bouwden verder op de bestaande visuele identiteit.” 

“Gemeente Knokke-Heist koos voor ons onder meer door onze ruime ervaring met scenografische projecten en ook eerdere samenwerkingen in de gemeente zelf voor andere type projecten, maar vooral voor onze focus op authentieke storytelling. Zo zijn we in Knokke-Heist en Gent de straat op getrokken en hebben mensen bevraagd naar de grote thema’s waar cartoonisten rond werken, en we zijn ook cartoonisten in hun ateliers gaan bezoeken en daar diepte-interviews met hen gehouden. Dit om – onder het koepelconcept ’Samen cartoonist’ – cartoonisten en hun publiek dichter bij elkaar te brengen. Ook aan de bezoekers van de tentoonstelling werd actief naar hun ideeën, meningen en percepties gepolst. Zo wilden we van het Cartoonfestival een tentoonstelling maken die de bezoeker niet louter aanschouwt, maar zelf actief kan beleven.”

Internationale wedstrijd Gouden Hoed krijgt eerste vrouwelijke winnaar

Raul Zuleta – Zilveren Hoed.

De wedstrijd kende traditiegetrouw geen thema. 545 cartoonisten uit 69 landen stuurden 2160 cartoons in om mee te dingen naar de Gouden Hoed-prijs. Onder hen amper tien Belgische cartoonisten. En dertien uit Iran, altijd erg sterk vertegenwoordigd op internationale wedstrijden. Knokke mag dan wel het oudste cartoonfestival ter wereld zijn, qua aantal deelnemers en ingezonden werken blijft Kruisem er nog steeds flink bovenuitsteken. Elke cartoonist mocht maximum 5 werken insturen, tekstloze beelden die echter wel een titel moesten dragen. De werken mochten nog niet eerder in België tentoongesteld geweest zijn of in het buitenland bekroond. Het hoefden dus niet persé nieuwe werken te zijn. Een vakjury selecteerde de sterkste inzendingen op basis van grafische kwaliteit, originaliteit, maatschappelijke relevantie en de kracht van het beeld.

De jury bestond uit: Steve Michiels (cartoonist – docent Luca School of Arts), Anke Lion (humoronderzoek UGent), Emanuele Del Rosso (European Cartoon Award), Emilie De Roo (actrice – scenariste), Brecht Vandenbroucke (cartoonist – beeldend kunstenaar) en Eline Maeyens (uitgeverij Lannoo).

Zij beslisten dat de hoofdprijs (5.000€) ging naar de Mexicaans/Venezolaanse Camila de la Fuente (foto): “Met een eenvoudige maar krachtige tekening in grijze potloodtinten toont zij hoe ongelijkheid tussen man en vrouw vaak onbewust ontstaat. Op het beeld staat een jongen die op het touw van de vlieger van een meisje staat, waardoor haar vlieger nauwelijks kan opstijgen. De jongen merkt het zelf niet eens op. Met minimale middelen legt de cartoon een herkenbare en confronterende realiteit bloot.”

Een prent die eigenlijk over vrouwenrechten gaat (lees verderop in dit artikel het interview met haar). Op een grappige manier slaagt ze erin om een maatschappelijk relevant thema aan de kaak te stellen.

De Zilveren Hoed (2.000€) gaat naar Raúl Zuleta uit Colombia. Zijn cartoon (foto) toont Maria, Jozef en het pasgeboren kind in een anoniem appartement in een grauwe woontoren. De jury vond “Het Bijbelse tafereel zo een hedendaagse context krijgen die vragen oproept over vluchtelingen, uitsluiting en de zoektocht naar onderdak” en zegt geraakt te zijn “door de verstilde kracht en de open interpretatie.”

De Bronzen Hoed (1.000€) is voor Oguz Demir uit Turkije (foto). In een vierluik zie je een slapende kat onder het licht van de maan veranderen in een brullende tijger om daarna opnieuw in een gewone kat te transformeren. Volgens de jury speelt hij hiermee op een subtiele manier met tijd, schaduw en symboliek en roept het vragen op over innerlijke kracht, revolutie en menselijke natuur.

Ook de Publieksprijs (500€) ging met Engin Selçuk naar een Turkse cartoonist. Met de afbeelding van een Darth Vader met rollator toont hij in één oogopslag veroudering, heldendom en menselijke kwetsbaarheid. Tja…

Niet om te lachen

Oguz Demir – Bronzen Hoed.

Sommige werken gaan voor ons voorbij aan de definitie zoals de organisatoren het in artikel 2 van hun reglement hebben verwoord: “Een cartoon is een humoristische tekening. Dit kan bijvoorbeeld een karikatuur zijn van een bekend persoon, een persiflage van een actuele situatie of simpelweg een afbeelding van een komische situatie zijn. Deze cartoon bestaat uit één beeld of de vorm aannemen van een korte strip. Er worden géén bewegende beelden toegelaten”.

Wat dat betreft kunnen we terugvallen op onze kritiek op de Internationale Kartoenale van Kruisem 2025 waarin we schreven dat “Een cartoon per slot van rekening wel een mop moet blijven. En liefst een goede. En daar mangelt het soms wel een beetje aan in deze editie.” Dat is nog meer het geval in Knokke. We hadden u heel graag de cartoons getoond van José Alberto Rodriguez ‘Avilarte’ (Cuba),  de cartoon van Jin Xiao Xing (China) en die van Dragoslav Janosevic (Servië). Je zou ze voorzichtige uitschieters kunnen noemen van de selectie van de 100 beste cartoons die de catalogus hebben gehaald. Wij vroegen aan uitgeverij Lannoo of we de cartoons als illustratie bij ons artikel mochten publiceren maar die liet weten dat ze “die cartoons niet mogen gebruiken voor andere doeleinden”. Andere doeleinden dan promotie maken voor het festival?! Auteursrechtelijk kan je dat misschien nog een plaats geven. Anderzijds waren ze publiekelijk te zien tijdens de tento waar heel wat mensen ze konden fotograferen, ook journalisten hetgeen vrije nieuwsgaring wordt genoemd. Qua public relations kan je je daar serieuse vragen bij stellen.

Dat brengt ons bij nog een déjà-vu. Wij schreven toen ook:  “Door die gelaagdheid en de maatschappelijke context verdiende Stefaan Provijn volgens ons een podiumplek. Een gemiste kans van de Kruisemse festivaljury om hun editie en het festival in zijn geheel wat meer ‘body’ te geven. Het mag ook wel eens schuren, vinden wij. Het doet ons denken aan een uitspraak van cartoonist Steve (Michiels): “Een cartoon moet vragen stellen, dingen bespreekbaar maken”. De tekening van Provijn heeft het allemaal: het roept verontwaardiging op, het is universeel en de humor nuanceert het.”

En wat zien we een jaar later in Knokke waar uitgerekend Steve Michiels jury-voorzitter was: dat de cartoon van winnares Camila de la Fuente volledig past in zijn stelling. Maar ook dat die lijn stevig wordt doorgetrokken naar de andere podiumplaatsen en de publieksprijs en dat vinden we van het goede teveel. Onze lachspieren werden op geen enkel moment aan het werk gezet, laat staan een glimlach. We houden van cartoons die op een subtiele (en liefst grappige) manier een scherpe aanklacht plaatsen en minstens de reactie ontlokken dat het “goed bedacht” is maar dat gevoel bleef wat ons betreft beperkt tot de winnares.

Interview met winnares Camila de la Fuente: een strijd op leven en dood

Camila de la Fuente (33) is eigenlijk een Venezolaanse. Ze groeide daar op maar woont al geruime tijd in Mexico. Mieke Dumont van het organiserend comité interviewde haar via zoom en wij kregen toestemming om daaruit te citeren. Haar antwoorden werpen een zeer interessant licht op de achtergrond van haar cartoon en bij uitbreiding de hele maatschappelijke context met thema’s als vrije meningsuiting, genderongelijkheid en de positie van vrouwelijke cartoonisten wereldwijd.

Camila de la Fuente: “De inspiratie voor mijn cartoon haal ik uit het dagelijks leven. Helaas hebben vrouwen elke dag last van machismo, daden van machogedrag die insijpelen in onze cultuur. Soms zijn ze zo ingebed en genormaliseerd dat mannen noch vrouwen het opmerken. Daar gaat deze cartoon over. Daden die ongelijkheid brengen in onze samenleving wat betreft vrouwenrechten. We leren onze kinderen over de wereld en hoe die in elkaar zit. Hoe die zou moeten zijn en hoe je anderen moet behandelen. En hoe je daarop moet reageren. Het is een thema in mijn werk. Als feministe moet je praten over politiek, economie, psychologie, technologie. Niet bang zijn om ruimtes in te nemen die in het verleden enkel door mannen werden ingenomen. Deze cartoon gaat specifiek over vrouwenrechten. Het wordt meer tastbaar, vriendelijker als je het met kinderen uitbeeldt. We zijn allemaal kinderen geweest. Zij zijn het verleden en de toekomst. In Mexico en Venezuela hebben we een groot probleem met geweld tegen vrouwen. Het is erg gecompliceerd.”

“Het belangrijkste voor mij is een gevoel opwekken. Soms met humor of nostalgie, soms met verdriet. Ik zeg altijd: humor is als een pilletje. Een snoepje dat tegelijk een medicijn is. Makkelijker om te slikken. Kritiek is makkelijker te ontvangen als je humor gebruikt. In 2014 was ik betrokken bij universiteitsprotesten. Dat waren intense weken. Eén op vier Venezolanen wonen buiten het land. Dat is heel gek. De Venezolaanse dictatuur heeft me enorm beïnvloed waarom ik cartoons teken. Tekenen was mijn manier om vragen te beantwoorden toen ik opgroeide tijdens de dictatuur. Het belang van vrijheid, democratie en vrije meningsuiting proberen te begrijpen. En hoe tekeningen de kracht hebben om censuur te omzeilen wanneer er zoveel ingeperkt is in je land. Sinds de verkiezingsfraude van president Maduro vorig jaar werd de censuur nog erger. Journalisten werd vervolgd. Politie kon zomaar je telefoon opvragen enz.

Voel je druk?

CDLF: “Het is moeilijk. Ik ben bang dat sommige cartoons er toch over zijn. Ik ben voorzichtig om ze te publiceren. Ik denk twee keer na. Vroeger had ik die angst niet. In Mexico is drugsmokkel een heel gevaarlijk onderwerp. In Venezuela is praten over een politiek onderwerp even gevaarlijk. Ik kon de prijs niet komen ophalen door mijn zwangerschap. Ik draag de prijs op aan mijn twee dochters. Ik hoop dat als ze opgroeien ze mijn cartoons niet zullen begrijpen. Dat is mijn doel. Dat zo’n cartoons niet meer nodig zijn.”

Conclusie

Het zijn geen loze woorden van Camila. Want het overkwam haar Venezolaanse collega Rayma Suprani in 2014. Toen werd ze na 19 jaar dienst op staande voet ontslagen bij de krant nadat ze een cartoon had gemaakt om wantoestanden in de gezondheidszorg aan te klagen. Dat deed ze met een cartoon waarop ze een hartmonitor had getekend en waarop de handtekening van de toenmalige president/dictator Hugo Chávez (die het jaar voordien overleed) overging in de bekende flatline van een overleden patiënt.

Hoe kan je ontsnappen aan censuur? Dat is een ernstige materie en het zal ons de komende weken, maanden en jaren nog flink bezighouden. Niet in het minst bij de cartoonisten zelf. Die komen meer en meer in de verdrukking te zitten door zelfcensuur, minder middelen en steeds langere tenen bij én opdrachtgevers én publiek. En bij regimes die de verbeelding van een cartoonist als een terroristische daad zien. In dat opzicht is de keuze voor winnares Camila de la Fuente een interessante en boeiende keuze. Als enige en dat is mager. Te mager voor een internationaal cartoonfestival. Men had er meer mee kunnen doen en een statement kunnen maken maar op dat vlak bleef het muisstil in Knokke-Heist én in de media tout court. Maar wel een opstap om verder op te borduren want het laatste woord is daar nog niet over gezegd. In een volgende editie zouden we graag eens uitgevers en redacteurs in een panelgesprek zien zitten. Met als conditio sine quo non dat ze paard en kar durven benoemen. Dat vraagt een goede moderator (m/v/x). Qua randprogrammatie zijn er beslist nog veel mogelijkheden maar dan moet je er wel de juiste partners en kanalen bij betrekken.

Tip: wie meer sterk werk wil zien van Camila moet beslist eens haar X-pagina bekijken.

Het Cartoonboek (uitgeverij Lannoo) bevat een selectie van de 100 beste cartoons. Kostprijs: 22,99€.

Met dank aan het Cartoonfestival Knokke-Heist om uit het interview met Camila de la Fuente te mogen citeren.

Over de auteur

Verwant

Geef commentaar