Na een jaar onderbreking (vanwege een tekort aan middelen) is Kunstenfestival Watou terug. Na ‘Landscape of the imagination’ in 2024 is het thema deze keer ‘Gemene wegen’ in de betekenis van collectiviteit, wat we gemeenschappelijk hebben en delen. Michaël Vandebril (curator poëzie) en Danielle van Zuijlen & Bart Lodewijks (curatoren beeldende kunst) selecteerden 60 kunstenaars en 25 dichters die in collectieven op zoek gingen naar wat ons verbindt. Het resultaat wordt getoond op 13 locaties, de ene al machtiger dan de andere. We kunnen niet alles bespreken en beperken ons bijgevolg tot een persoonlijk getinte selectie.
Watou is en blijft vooral staan voor anders kijken, geduld in de vorm van tijd nemen, reflecteren, beleven, interpreteren, filosoferen,…
Twee jaar geleden lanceerde toenmalig curator Koen Van Mechelen een oproep naar collectieven. Er kwam een recordaantal van 250 kandidaturen binnen. Geen sinecure voor de curatoren om daaruit een selectie te maken. Het werden er zeven. Die, het moet gezegd, niet allemaal tot de verbeelding spreken.
De inspiratie voor het thema haalden ze uit een dagboeknotitie uit 2005 van Watou-stichter, wijlen Gwy Mandelinck toen hij schreef: “Ik wandel deze middag in de vrieskou anderhalf uur tussen Watou en een paar Franse dorpen. Ik loop over ‘gemene wegen’ die voor de ene helft België en voor de andere helft Frankrijk toebehoren”. De zoektocht naar werken en gedichten die het ‘gemeen’ tastbaar maken kon beginnen. Ofschoon er -jammer genoeg- niet grensoverschrijdend gewerkt wordt. Letterlijk dan. Het thema leek nochtans uitnodigend genoeg om ook op locatie te gaan in de Franse grensgemeente. Culturele verbroedering is ook een belangrijk onderdeel van “gemeenheid”. Nu blijft de grens, de “schreve”, een culturele scheidingsmuur.
De jongste jaren zijn het festival en de bewoners meer en meer naar elkaar toegegroeid. Werden bewoners steeds nauwer betrokken bij projecten. Daarvan is de ‘Private Pavilion’-tentconstructie van Nico Dockx en de Gemene Raad die elke woensdagmiddag bijeenkomt om te bespreken wie welke activiteiten kan organiseren op deze voor de dorpsbewoners tijdelijk neergezette mobiele “ruimte” een mooi voorbeeld. Na deze editie stel ik mij de vraag hoe onuitputtelijk die relatie is. Hoe mooi, ontroerend en betekenisvol die ‘gemeenheid’ (in de betekenis van connectie, collectiviteit, verbinding, gemeenschappelijkheid, zorg,…) ook is, als men wil vermijden dat het ten koste gaat van de kwaliteit (qua inhoudelijke input van zowel bewoners en vooral kunstenaars), dan wordt dat sowieso een grote uitdaging voor de volgende curator(en).
“Matcher” Michaël Vandebril
Michaël Vandebril (foto), voor wie het de 4de en laatste editie is als curator poëzie, mag terugkijken op een knap parcours en zal blijvend herinnerd worden als diegene die poëzie echt in de openbare ruimte heeft gebracht. Een beetje zoals Raveel de schilderkunst uit het kader haalde. Hij praatte eerst met geselecteerde kunstenaars en koppelde daar dichters aan. Een soort van matching dus. Vandebril: “Vooral matching. Maud Vanhauwaert heeft het basisidee om te werken rond AI mee uitgewerkt met een vormgever en een computerspecialist. Ik heb Vincent Van Meenen toegevoegd aan het ANT-collectief. Ik wilde vooral inzetten op nieuw werk. Je brengt die mensen samen maar de chemie moet wel nog gebeuren.”
Wat je wel net als bij de vorige editie merkt is dat de urgentie met wat er gebeurt in de wereld wel sterk voelt in de poëzie. Kan je het activistisch noemen?
Vandebril: “Ja. Heel erg zelfs. Je merkt dat zelfs bij Charles Ducal, die meestal ingekeerd is en nu bij wijze van spreken “uitbreekt”.
Komt het vaak voor dat dichters neen zeggen tegen Watou?
Vandebril: “Neen (lacht). Men zit te wachten tot Watou belt. Omdat men weet dat het gedicht hier een goede plek krijgt, er respect is voor poëzie en een geïnteresseerd publiek. Ik wil het publiek laten voelen wat poëzie vandaag is, wat het vandaag doet en dat is helemaal anders dan enkele jaren terug. Poëzie heeft een rol gekregen, het vult iets in. Ik heb geprobeerd om heel wat nieuwe, jonge stemmen naar het grote publiek te brengen. Je kan vandaag geen festival meer maken met opnieuw Claus, Boon en andere tenoren van de oudere generatie. Anderzijds is het ook een uitdaging omdat er weinig dichters zijn die hun poëzie trajectgewijs tot stand (kunnen) brengen en andere stijlen en stemmen toe kunnen laten in hun eigen werk. Het is een boeiende zoektocht maar ik heb het heel graag gedaan. Tijd voor iets anders”.
13 locaties met de Douvie hoeve als uitschieter
Je kan de 13 locaties opdelen in twee grote zone’s: op en rond het Watouplein en het imposante kasteeldomein De Lovie, een tiental kilometer verderop. Dat de Douvie hoeve na enkele jaren afwezigheid terug deel uitmaakt van het parcours, zal veel bezoekers verheugen én kan je ook gerust een zegen noemen. Niet enkel omwille van de locatie maar evenzeer omwille van de invulling. Elke kunstenaar komt er tot zijn recht én spreekt aan. Ongetwijfeld de sterkste locatie van het festival.
Na de matching tussen dichters en kunstenaars heb je ook de matching tussen de werken en de locaties.
In de Douviehoeve “voel” je de perfecte match tussen kunstenaars/dichters en locatie. Zo krijgen Yasmin Namavar, Merlijn Huntjens en Sarah de Koning, de drie genomineerden voor de Poëziedebuutprijs (die trouwens op het einde van het festival wordt uitgereikt) elk een stal toebedeeld waar ze op een video hun gedicht voorlezen. (Foto van de ruimte met het gedicht van Yasmin Namavar); zijn er de tientallen bijna affichegrote landschapsfoto’s van architect Wim Cuyvers die bijna dagboekgewijs de gevolgen toont van de klimaatverandering van een bos dat hij al meer dan 20 jaar beheert in het Jura-gebergte; is er de “bomeninstallatie” van Marjolijn Dijkman als een totaalproject met muziek, beeld en natuur waar WOI aan de basis ligt van dit intrigerend verhaal en last but not least Johan Grimonprez. Bij het betreden van de ruimte sta je oog in oog met een enorm uitvergrote quote van filmregisseur Jean-Luc Godard (1930-2022): “Bijna elke dag verdwijnen er woorden, omdat ze verboden zijn. Ze worden vervangen door nieuwe woorden die andere begrippen uitdrukken. De laatste tijd zijn veel van mijn favoriete woorden verdwenen: schreien, herfstlicht, tederheid…”.
Achter het hoekje kan je op een bankje naar een interview kijken met politiek filosoof Michael Hardt die zich afvraagt hoe een maatschappij er zou uitzien als ze niet vertrekt vanuit angst, oorlog en individualisme maar vanuit liefde gedeelde taal en wederzijdse afhankelijkheid. Hij koppelt die vraag aan Godards film ‘Alphaville’ uit 1965 (!) (die mag men dringend nog eens uitzenden op tv) waarin woorden verboden worden (wie ze uitspreekt kan opgepakt en vermoord worden door de overheid), manipulatieve taal de overhand neemt (alles in gebiedende wijze, woorden die een andere invulling krijgen en/of in hoofdletters geschreven worden gevolgd door enkele uitroeptekens, we maken het het tegenwoordig dagelijks mee). Taal moet gekoesterd worden. Taal moet opnieuw worden uitgevonden. Uiteraard moet je dan ogenblikkelijk denken aan George Orwell met ‘Nieuwspraak’: een vorm van sterk vereenvoudigd en gemanipuleerd taalgebruik dat de vrijheid van denken en meningsuiting moet inperken. De term is afkomstig uit zijn dystopische roman 1984, waarin een totalitaire staat de taal gebruikt als propagandamiddel om de bevolking te controleren. En of het geen science-fiction meer is.
Ai Ai Poëzie, het Trojaanse paard in Watou. Aan de schandpaal ermee of niet?
De science-fiction (die dus geen science-fiction meer is) sluit mooi aan bij artificiële intelligentie uit het nieuwe tijdperk waarin we ons bevinden. In het Festivalhuis maken we in één van de kamers kennis met Woutje, een AI-dichter (foto). Een installatie van bezige bij en ongebreidelde ideeënfabriek/dichteres Maud Vanhauwaert, vormgever Jelle Jespers en UGent informaticaprofessor Christophe Scholliers. Hiermee willen ze onderzoeken of AI een bedreiging is voor de poëzie of net een interessante tool kan zijn voor de dichter. Woutje krijgt als ‘voeding’ alle gedichten die sinds de start van het kunstenfestival gepubliceerd werden. Met die voeding krijgt hij de kans om de taal te leren. Het is een project in twee fasen. In het eerste deel wordt Woutje gevraagd om per dag drie gedichten te distilleren uit zijn ‘voeding’. Wat nu nog met moeite lukt. De tweede fase, vanaf 1 augustus, wordt de meest interessante. Bezoekers krijgen op het beeldscherm drie gedichten te zien (twee van Woutje en een van een echte dichter) en mogen aangeven welk gedicht hen het meest aanspreekt. En dan is de voornaamste onderzoeksvraag of je waardeoordeel wijzigt als je te horen krijgt dat je voor een AI-gedicht zou hebben gekozen. En wat denkt Maud zelf?
Maud: “Ik heb het zelf nog niet gebruikt voor het schrijven van mijn poëzie maar AI is ons leven sterk binnengedrongen. Woutje voelt een beetje als het Trojaans Paard dat we binnenrijden in Watou. Maar AI mag ons niet verlammen of domineren. We moeten het onder de knoet houden! Hoe? Dat is een dunne grens. Daar moeten we samen over nadenken en dat willen we samen doen met de bezoekers. Woutje is een speelse manier om mensen te prikkelen. Op het einde van het festival krijgt het publiek een beslissende stem: nagelen we Woutje aan de schandpaal (er staat een echte op het Watouplein)? Wordt hij met andere woorden geliquideerd of mag hij blijven bestaan? Op 9 en 30 augustus organiseren we een gespreksmoment met lezers/bezoekers, dichters en onderzoekers. Iedereen mag zijn bekommernissen, ergernissen en ideeën delen”.
Het zal ons benieuwen.
Het imposante Kasteel De Lovie
Ook het in de steigers staande Kasteel De Lovie blijft een bijzondere ervaring. Daar onthouden we vooral een sterk beeldend werk van Nadia Van Lancker (foto) dat bestaat uit 3 cocooning druppels dat ze via een ingekaderde tekst voorstelt: “Verbind je met mijn cocon en ontdek waar ik mij schuilhoud. Trek zachtjes aan het touw en zie wat er gebeurt”.
Motus Mori is een Nederlands kunstenaarscollectief o.l.v. choreograaf Katja Heitmann dat al 7 jaar en op basis van meer dan 2.500 gesprekken met mensen van uiteenlopende leeftijden, lichamen en achtergronden hun gedrag en bewegingen/motoriek archiveert en vervolgens presenteert in een performance. In Kasteel De Lovie resulteert dat in een dagelijkse doorlopende performance tussen 14u00 en 17u00. Ze hadden ook gesprekken met de bewoners van De Lovie, mensen met fysieke en psychische beperkingen, en dat levert een intens kijkstuk op. “Ik ben zoals ik beweeg, ik zou geen ander lichaam willen” horen we een stem zeggen.
Bij het verlaten van de zaal kijk je best meteen naar links. Daar kan je in een “niche” met hoog plafond de stem horen van Carmien Michels die haar gedicht “Wat als ik iemand” leest waarvoor ze zich liet inspireren op het werk van Motus Mori en dat ook op de muur is aangebracht. Neem een rustmomentje op het bankje om met je ogen dicht te luisteren.
En dan is er Get Natured van collectief Natural Experiences INC (van Bram Verbeek en Arno Van Vlierberghe), zeg maar een fictief bedrijf dat de spanning onderzoekt tussen mens en natuur. In Japan krijgt een patiënt een boswandeling op doktersvoorschrift. Ook wij weten dat de natuur een heilzame invloed heeft op onze gezondheid maar… de tijd ontbreekt ons want de “rattenmolen” draait onverbiddelijk door. Je ziet een klinische ruimte die als twee druppels water lijkt op de wachtkamer van een dokter (foto bovenaan het artikel). Een van de kunstenaars die ik aanspreek wijst mij terecht: “I’m not a doctor, i’m a scientist’ (wetenschapper). Na het bekijken van een introductievideo betreed je een andere ruimte waar je ondergedompeld wordt in een immersieve maar kunstmatige natuurbeleving, inclusief de grasgeur (bekomen door een blend van zwarte spar, zilverspar, jeneverbes en een weinig patchouli). Get Natured is een knap “fact/fake”-project dat je op een allesbehalve opdringerige, betweterige manier bij de hand neemt. Integendeel. Hoe het komt weet ik niet maar ik had het gevoel dat de legendarische Britse komiek John Cleese (Basil uit Fawlty Towers) zomaar elk moment de ruimte kon binnenwandelen.
Sommige kunstenaarscollectieven en dichters slagen er wel in om in je hoofd te kruipen. En dat is een heerlijk gevoel.
Het resultaat van Watou 2026? Dat is en blijft natuurlijk erg persoonsgebonden. Wij vonden de vorige editie evenwichtiger en interessanter. Dit jaar haalt poëzie de bovenhand op de kunst en was er minder frictie. Dat mocht wel wat meer zijn.
De werken die geleend werden uit de Kunsthal, Be-Part en het SMAK bieden weinig toegevoegde waarde. Sommigen werken lijken er bijgesleurd. Dat het werk van De Ambulanten, ANT Collective en Sengül Özdemir op twee (en voor ANT zelfs op drie) verschillende locaties te zien zijn lijkt op bloedarmoede. Ook het werk van Johan Grimonprez is op twee locaties te zien maar hij toont tenminste sterk verschillende werken.
Dat is des te jammer als je weet dat een groot én geëngageerd talent als dichter/schrijver/muzikant/acteur Jonas Bruyneel ontbreekt die hoge ogen gooide met zijn boek ‘Mulhacèn’. Ik vraag me ook af wat het zou geven mocht men David Van Reybrouck loslaten in Watou (die er misschien zijn Menenpoort voor klimaatslachtoffers kan bouwen) of een boeddhistische non die een boek schreef over stilte temidden van de natuur zou koppelen aan een dichter en een kunsttraject waarin compassie centraal staat. Watou is nog niet aan het einde van zijn of haar latijn.
Watou blijft uniek en noodzakelijk en vooral een festival waar we telkens weer verlangend naar uitkijken.
Tip: koop de speciale editie van de Poëziekrant! Daarin staan alle gedichten van het festival. Het is geen schande dat je ter plekke niet meteen alles begrijpt of het verband en de bedoeling je ontgaat. Je zal na het lezen van de gedichten en de interviews nog andere dingen ontdekken. Dat is het mooie eraan. Ook de bezoekersgids is knap samengesteld en vormgegeven door Collectief 019. Neem in één ruk ook de gratis Goodyear-brochure mee dat je een beeld geeft hoe het er achter de schermen aan toe is gegaan.
De vorige editie werd bezocht door 20.000 kunst- en poëzieliefhebbers. Voor deze editie hoopt men op hetzelfde aantal.
Kunstenfestival Watou is nog mee te maken tot en met 30 augustus (gesloten op maandag en dinsdag) met voor wie een festivalticket heeft tal van gratis nevenactiviteiten, optredens, films, workshops en de Painting Hunt, een soort van outdoor escape game tijdens een wandeling van 4,5 kilometer. Raadpleeg het programma op: www.kunstenfestivalwatou.be.
Toegangsprijs: 25 euro. Uw ticket is de hele zomer geldig waardoor u het festival dus meerdere keren kan bezoeken.
Voor aanvang van het festival kreeg de organisatie niet alleen het goede nieuws dat de subsidie voor deze editie werd goedgekeurd maar dat met een subsidie van 317.680 euro (iets meer dan dit jaar) ook de editie van 2027 is verzekerd. De Vlaamse regering verwijst naar “de sterke inhoudelijke kwaliteit en bovenlokale meerwaarde van het festival” maar koppelt er voor 2027 wel een voorwaarde aan vast. Watou wordt verplicht om samen te werken met 3 andere West-Vlaamse kunstenfestivals: Beaufort aan de kust en de triënnales van Brugge en Kortrijk. Samen krijgen ze 2,5 miljoen euro subsidie. Toch wist Watou gelukkig te bekomen dat ze mogen inzetten op een eigen thema en een eigen curator mogen aanstellen. Watou heeft immers een DNA dat in niks te vergelijken is met de andere festivals en die eigenheid mag geenszins verloren gaan.



