Deze week bevestigde het Hof van Justitie van de Europese Unie iets dat het al sinds 2008 probeert duidelijk te maken: niet de toegang tot informatie maakt iets tot journalistiek. Wat je ermee doet vóór je het publiceert, dat wel. Checken. Kaderen. Een keuze maken over wat relevant is en wat niet.
De aanleiding
Een Zweeds bedrijf, Lexbase, baat een databank uit met strafrechtelijke veroordelingen, doorzoekbaar tegen betaling. Iemand die in 2011 veroordeeld werd, vroeg de schrapping van zijn gegevens. Die kwam er pas jaren later, op basis van het interne bewaarbeleid van het bedrijf. Hij stapte naar de Zweedse rechter voor schadevergoeding op basis van de AVG. Het bedrijf verweerde zich met een beroep op de grondwettelijke bescherming van media in Zweden: die zou de AVG buiten werking stellen en de betrokkene enkel een vordering wegens laster toelaten.
Het Hof floot dat verweer op drie punten terug (C-199/24, arrest van 9 juli 2026). Lidstaten kunnen geen uitzonderingen op de AVG uitvinden buiten het strikte kader van artikel 85(2). Ze kunnen de rechtsmiddelen van hoofdstuk VIII, klacht bij de toezichthouder, rechterlijk beroep, schadevergoeding, niet vervangen door een lastervordering. En het belangrijkste punt: het louter online plaatsen van openbare veroordelingen, tegen betaling, zonder enige redactionele bewerking, is geen journalistiek. Niet omdat er betaald wordt. Wel omdat er niets mee gebeurt: geen bewerking, geen redactionele lijn, geen verificatie.
Geen alleenstaand incident
Wie de rechtspraak van het Hof al langer volgt, herkent het patroon.
In 2008 oordeelde het Hof in de zaak Satamedia (C-73/07) dat een Fins bedrijf dat belastinggegevens via een sms-dienst verspreidde, zich in beginsel kon beroepen op de journalistieke uitzondering, ook al gebeurde dat met winstoogmerk. Winst maken sluit journalistiek niet uit, zei het Hof toen al: elk bedrijf wil overleven, ook mediahuizen. Maar toen de Finse rechter de zaak op basis van dat arrest opnieuw moest beoordelen, bleek die bescherming net niet te gelden voor de sms-dienst zelf. Toegang tot ruwe belastinggegevens is iets anders dan het recht om diezelfde data, massaal en ongewijzigd, door te verkopen.
In 2019 ging het Hof de andere kant op met de zaak Buivids (C-345/17). Een Letse burger filmde politieagenten in een politiebureau en zette de beelden op YouTube. Geen professionele journalist, geen krant, geen redactie: gewoon een burger met een telefoon. Toch oordeelde het Hof dat ook hij zich mogelijk kon beroepen op de journalistieke uitzondering, als het enige doel van de opname de bekendmaking van informatie, meningen of ideeën aan het publiek was. Het medium doet er niet toe. Het beroep doet er niet toe.
En nu, in 2026, Lexbase: professioneel uitgebaat, betaald, en toch geen journalistiek, want er gebeurt niets met de data.
De rode draad
Zet die drie zaken naast elkaar en de test wordt glashelder. Het gaat niet om wie je bent, professioneel of amateur. Het gaat niet om het medium, papier, sms, YouTube, een databank. Het gaat niet om winst, elk bedrijf wil overleven. Het gaat om één ding: doe je iets met de informatie, of geef je ze gewoon door?
Verifiëren. Kaderen. Een redactionele lijn volgen. Een bijdrage leveren aan een maatschappelijk debat in plaats van een document te verkopen als product. Dat is wat het Hof, arrest na arrest, als de kern van journalistiek erkent. En het is exact wat een databank die louter data doorgeeft, mist.
Van kopieerapparaat naar taalmodel
Twintig jaar geleden ging deze discussie over sms-diensten en kopieën van overheidsdocumenten. Vandaag gaat ze over geautomatiseerde scraping, AI-samenvattingen van rechtbankverslagen, en platformen die zich “nieuws” noemen terwijl ze in werkelijkheid ongefilterde data doorpompen. De vraag wordt alleen maar relevanter naarmate het technisch steeds makkelijker wordt om massaal te publiceren zonder ooit een echte redactionele beslissing te nemen.
Dat maakt deze rechtspraak goed nieuws voor wie het beroep ernstig neemt. Het Hof beschermt niet de toegang tot data. Het beschermt het werk dat er journalistiek van maakt: het checken, het duiden, het verantwoorden van de keuze om iets wel of niet te publiceren, en hoe. Dat werk is precies wat een databank, een scraper of een taalmodel niet doet. En het is precies waarom het wettelijke verschil blijft bestaan tussen wie journalistiek bedrijft en wie enkel data doorverkoopt.
De bron is nooit het verschil geweest. Het werk wel.
Volledige uitspraak (C-199/24): https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:62024CJ0199.