Nieuwe Jommeke-tekenaar zet generatiewissel verder en leeft in een droom

Op een dag zag hij een krantenadvertentie: “Gezocht, nieuwe tekenaar van Jommeke’. Gentenaar Dieter Steenhaut trok zijn stoute schoenen aan en solliciteerde. Een dag voor hij afstudeerde aan de Artevelde Hogeschool in Gent kreeg hij bericht van Standaard Uitgeverij dat hij kon beginnen. Een maand later stond hij in hun tekenstudio. Inmiddels heeft Dieter (29) van zijn passie zijn beroep gemaakt. Op 31 mei 2023 debuteerde hij met ‘Rare vogels’. Album 315. Daarna volgde ‘Spoken op school‘ waarvoor hij zich liet inspireren door de avonturen op zijn vroegere middelbare school (album 325) en voor de helft mee het scenario schreef en recent ‘De sneeuwster’, het 330ste Jommeke-album met een scenario van Kristof Berte (rechts op de foto hierboven). Na maanden aandringen vond hij toch een gaatje in zijn drukke agenda voor een interview en zoals steeds was hij zijn enthousiaste zelf.

Als het over strips gaat, dan staat ons land aan de wereldtop. Iedereen kent Kuifje (de bekendste strip van België) en de Smurfen. Wereldbekend. Nochtans staat in de top 30 van meest verkochte stripreeksen ter wereld slechts 1 Belg: Morris met Lucky Luke met meer dan 300 miljoen verkochte albums. Hoeveel exemplaren er over de toonbank gaan van Suske & Wiske, Nero, de Kiekeboe’s of Jommeke is het best bewaarde geheim ter wereld. Maar wat geen geheim is, is dat Gentenaar Dieter Steenhaut één van de nieuwe Jommeke-tekenaars is.

Jommeke is een fenomeen. Sinds 1955 (toen hij voor het eerst verscheen in ‘Kerk en Leven’ en nadien in Het Nieuwsblad) kunnen we de avonturen meebeleven van de blonde knul met het speciale kapsel uit Zonnedorp. Volgens de uitgever zou 95% van de Vlamingen hem kennen of op zijn minst al 1 keer een strip van hem hebben gelezen. Dat hij nog steeds enorm populair is konden we zelf vaststellen tijdens een signeersessie in Gent waar kinderen en (groot)ouders uit Brugge, Antwerpen, Leuven én zelfs uit Duitsland aanwezig waren.

Wat verklaart zijn succes?

Dieter, ik moet eerlijk bekennen: ik heb in mijn jeugdjaren nooit Jommeke gelezen. Mijn echtgenote daarentegen verslond ze. Ik ben er mij vervolgens in gaan verdiepen en het is wel een feit: Jommeke blijft nieuwe generaties aanspreken. Wat verklaart zijn succes?

De herkenbaarheid. Het personage ziet er al 71 jaar hetzelfde uit. In de eerste twee uitgaven was hij nog een belhamel van 6 jaar. Vanaf het derde album is dat 10 à 11 jaar geworden én gebleven tot op de dag van vandaag. Dat hij er altijd hetzelfde uitziet is ook een kracht. Dat wil niet zeggen dat het ouderwets is. Hij zal ook wel eens een gsm in zijn handen hebben. Je moet meegaan met je tijd. De huizen en de auto’s evolueren ook mee. Voor nieuwe personages laat ik mij inspireren door mensen die ik ken. Zo figureert mijn grootvader in één van mijn verhalen, zonder dat hij het wist. En in ‘De sneeuwster’ lijkt één van de twee sherpa’s verdacht veel op Snoopdog (lacht). Jommeke maakt avonturen mee waarvan we als kleine jongen of meisje alleen maar kunnen dromen. Zo kan je bijvoorbeeld in een vliegende bol stappen met een gekke professor waarmee je vervolgens naar de andere kant van de wereld vliegt om een geneeskrachtig plantje te gaan zoeken. Je lost al het kwade op. De strip moet vooral een ontsnapping uit de realiteit blijven.

Wat is het grootste verschil tussen Suske & Wiske en Jommeke, allebei onverslijtbaar en uitgegeven door Standaard Uitgeverij?

Het grootste verschil tussen Suske & Wiske en Jommeke is dat Jommeke zich op een jonger publiek richt en Vlaamser of liever volkser is.

Jommeke kan niet snel iets verkeerd doen.

Klopt. Hij heeft een braaf karakter, een goede inborst terwijl de nevenpersonages voor tegenwerk zorgen. Zoals bij Kuifje, dat is ook een redelijk ‘flat character’ met figuren als een kapitein Haddock die voor tegengewicht zorgt.  De klare lijn is nog een overeenkomst tussen Jommeke en Kuifje. Jef Nys stak het nooit onder stoelen of banken dat hij zich wat dat betreft heeft laten inspireren op Hergé, de uitvinder van de klare lijn. Nijntje is nog zo’n voorbeeld van een klare lijn (*).

Iedereen is een beetje Jommeke of wil het graag zijn?

Moest iedereen een beetje meer Jommeke zijn, dan zou de wereld er veel mooier uitzien.

Het testament van Jef Nys

Na het overlijden van Jef Nys in 2009 ging men voor het eerst op zoek naar versterking om verschillende verhalen per jaar te kunnen blijven uitgeven. Jij bent één van de drie tekenaars naast Philippe Delzenne en Gerd Van Loock én de jongste van de drie. Er bestaan blijkbaar regels voor scenaristen en illustratoren voor wat mag niet mag in de Jommeke-verhalen. Wat bijvoorbeeld?

Jef Nys maakte een soort testament met een tiental regels. De belangrijkste zijn: geen geweld, geen religie noch intimiteit/sex. De relaties tussen de personages moeten in dezelfde verhouding blijven.

Dus Jommeke mag niet verliefd worden op Annemieke bijvoorbeeld?

Jommeke is wél verliefd op Annemieke (lacht). Of is het Rozemieke? Ik weet het eigenlijk niet zo goed want ze lijken erg goed op elkaar. Qua tekenstijl proberen we alles zo goed mogelijk te benaderen, precies zoals Nys het voorschreef. Hier en daar brengen we wel wat vernieuwingen aan, maar dan vooral op inhoudelijk vlak.

Het DNA van Jommeke

Hoelang duurde het vooraleer je je het DNA van de personages eigen maakte?

Dat is een zeer moeilijke vraag. Ik ben begonnen in 2020. Ik was net afgestudeerd en 1 maand later mocht ik beginnen bij Standaard Uitgeverij. Ik werd toen bijgestaan door enkele collega tekenaars die mij de kneepjes van het vak leerden. Dat was een zeer intensieve praktische opleiding. Dagenlang moest ik steeds dezelfde figuren en decorelementen tekenen. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Het gaat vaak over details. Een bijzonder leerrijke periode. Ondertussen mocht ik een aantal publicaties doen: voor de Jommekeskrant (dat toen nog als bijlage verscheen in Het Nieuwsblad) en een aantal merchandise-projecten als voorbereiding op het grote werk: de albums zelf. Ik heb het gevoel dat ik ze nu pas echt onder de knie of in de vingers heb, we zijn zes jaar later. Ik leer nog elke dag bij. Nu komt het er vooral op aan om de stijl te verfijnen. Ik neem er nog altijd oude albums bij om te kijken hoe ik dezelfde sfeer kan aanhouden.

In je laatste jaar liep je stage bij cartoonist Lectrr. Hoe verliep dat?

Ik volgde de richting ‘Educatieve bachelor secundair onderwijs’ met Nederlands en Beeld als twee belangrijkste vakken. Dat ging van literatuur tot plastische opvoeding en kunstgeschiedenis. Een heel brede richting. In mijn laatste jaar moest ik een stageplek zoeken. Ik was en ben nog altijd een grote fan van Lectrr. Ik had hem als 15-jarige al eens geïnterviewd voor de schoolkrant en trok nu ook mijn stoute schoenen aan. Maar Lectrr hield aanvankelijk de boot af omdat hij geen goede ervaring had met stagiairs. Ik moest hem overtuigen met mijn tekenwerk. Toen hij mijn portfolio zag wilde hij mij een kans geven. We gingen iets drinken en het was beklonken. Ik moest vooral “schaduwwerk” verrichten. Dat wil zeggen dat ik dezelfde instructies kreeg als deze die hij van De Standaard kreeg voor het maken van zijn actualiteitscartoon. Waarna we elk afzonderlijk een tekening maakten. De feedback die ik van hem kreeg op vlak van tekenstijl, inhoud, hoe je kleurgebruik moet inzetten in functie van de grap, is goud waard. Ik heb daar veel van opgestoken.

In ‘De sneeuwster’ speelt het avontuur zich af in het Himalaya-gebergte. Dan moet ik spontaan denken aan ‘Kuifje in Tibet’.

Dat kan ik goed geloven. Bepaalde elementen hebben wel geholpen voor de inspiratie. Om te weten hoe ik sneeuw moest tekenen lag ‘Kuifje in Tibet’ naast mij op de tekentafel.

Nieuwe bijzondere plannen

Werk je al een nieuw verhaal?

Dat kan ik nu al wel verklappen: ja. Twee zelfs. Het ene is een samenwerking met Marc Legendre die het scenario schrijft. Marc schreef ook ‘Amoras’, de volwassen versie van Suske & Wiske en is ook de tekenaar van Biebel dat nu opnieuw verschijnt in De Morgen. Een stripgrootheid. Ik ben enorm trots dat ik met hem mag samenwerken. Hij gaat verder bouwen op het verhaal ‘De purperen pillen’, album nummer 4 uit 1960. Geen echt vervolg maar wel met dezelfde personages die 68 jaar later terugkeren naar toen. Een sneeuwverhaal. Heel speciaal. Dat wordt verwacht tegen voorjaar 2028. En tegelijkertijd werk ik met een scenarist, wiens naam nog niet bekend mag worden gemaakt, aan een zeer bijzonder project/album voor/over Jef Nys die in 2027 honderd jaar zou geworden zijn. Het wordt verwacht in het najaar 2027 en wordt zeer bijzonder. Daar zal veel media-aandacht rond zijn. Meer mag ik niet zeggen (lacht).

Was las je in je jeugdjaren?

Ik las ongeveer alles. Nero las ik heel graag en Guust Flater. En Kuifje, het voorbeeld waar ik altijd naar teruggrijp. Verder Suske & Wiske maar mijn grootste favoriet is een Nederlandse (absurde) strip: DirkJan met korte gags. Een aanrader.

“Het is lastiger een striptekening te maken dan een column te schrijven”

Welk figuur teken je het liefst?

Flip de papegaai. Hoe hij acteert, zijn vleugels inzet en daarmee zijn emoties tot uiting brengt. Met heel weinig kan je veel teweegbrengen.

En wie is het moeilijkst te tekenen?

Vroeger zei ik Jommeke omdat hij heel specifiek is en je soms met één klein detail je personage kwijt kunt zijn. Ondertussen lukt het veel beter en zou ik nu voor slechterik Anatool gaan.

Je haalde de pers door Paul De Grande, de antiquair die we kennen uit het populaire tv-programma ‘Stukken van mensen’ in één van jouw verhalen te laten opdraven. Dat was een “deal” omdat je hem een originele Jommeke-cover had verkocht voor 2.200€. Maar in welk stripverhaal zou jij graag eens een rol spelen?

Nog niet over nagedacht. Iets spannends, een groot avontuur, ver weg (lacht).

Ik volg je sinds begin dit jaar en als ik zie wat je allemaal doet en overal opduikt (van lezingen tot boekvoorstellingen, workshops enz.): je wordt geleefd.

Ja, dat klopt maar ik vind het zalig.

Hoelang werk je aan een album?

Dat varieert maar het streefdoel is 4 à 5 maanden.

Hoeveel uren per dag?

3 dagen per week werk ik van thuis uit en 2 dagen per week in de studio van de uitgeverij in Antwerpen. Dat is nonstop, soms tot 2 uur ’s nachts. Thuis varieert dat. Soms lukt het om een halve pagina per dag te maken maar vaak ook niet. Het is meer dan een fulltime-job. Zeer arbeidsintensief. Je moet heel veel visualiseren en research doen vooraleer je aan het schetsen begint. Dat gaat van hoe ziet de omgeving en het decor eruit, hoe komen de personages in beeld enz. De inkleuring doet iemand anders maar ik lever wel suggesties. De cover komt pas op het laatst. Die moet als “een snoep in de winkel” zijn. Met andere woorden: zeer belangrijk.

Hoeveel potloden verslijt je per album?

Veel, heel héél veel, maar ook heel veel Oostindische inkt want alles wordt na het schetsen nog altijd getekend in inkt. En typex. Typex is mijn beste vriend!

Muziek als tweede passie

Wat is je grootste droom, jouw grootste ambitie?

Ik maak mijn droom momenteel waar. En ik kan er ook van leven! Stel je voor. En daarnaast kan ik ook mijn eigen muziek maken. Ik ben van plan om dat nog lang vol te houden.

Over muziek gesproken: de weinige Jommeke-liedjes dateren uit de jaren ’70. Geen ambitie om eens een nieuw Jommeke-lied te schrijven?

Niet echt. Ik zit momenteel in de studio en werk aan een CD met eigen geschreven Nederlandstalige poprock. Qua stijl in de richting van U2 gaat op café met Coldplay en komt daar ook nog eens Oasis en Novastar tegen. Een ongeziene mix dus. Ik laat mij omringen door een professionele zangcoach en muzikanten. Muziek is al heel mijn leven mijn tweede passie. Ik ben daar ook perfectionistisch in. Ook iets voor eind dit jaar, begin volgend jaar. Het wordt druk, neen, sorry , het is super druk (lacht, waarna hij snel vertrok naar een zoveelste signeersessie). Ik heb geen tijd om te slapen (bulderlach).

(*) De klare lijn is een stijl van striptekenen waarbij elke lijn van decor tot personage dezelfde dikte heeft. Daarbij wordt niet gewerkt met arceringen of andere details om diepte te suggereren. Hergé is de “uitvinder” van de klare lijn maar het was Joost Swarte die in 1977 deze tekenstijl voor het eerst als dusdanig benoemde. Naast Suske en Wiske, Jommeke en Nijntje is ook Blake & Mortimer een bekende “klare lijn”-strip.

Over de auteur

Verwant

Geef commentaar