Elly Simoens is de huidige uitgever bij uitgeverij De Eenhoorn in Nazareth-De Pinte, een bekende onafhankelijke Vlaamse uitgeverij met als specialisatie het uitgeven van prentenboeken voor kleine en grote kinderen van 2 tot 102 jaar, zowel fictie als non-fictie. Het (internationale) succesverhaal van De Eenhoorn maar vooral de uitstekende kwaliteit van de boeken trekt al een tijdje onze aandacht. Hoogtijd voor een interview met Elly Simoens.
Uitgeverij De Eenhoorn werd in 1990 door Bart Desmyttere opgericht in het Westvlaamse Wielsbeke. Nadat hij de uitgeverij verkocht verhuisde de uitgeverij in 2021 naar het Oost-Vlaamse Nazareth-De Pinte. Sinsdien staat Elly Simoens aan het roer.Elly volgde Marita Vermeulen op als uitgever en is verantwoordelijk voor de begeleiding van auteurs en illustratoren bij het maken van prentenboeken. Ze begeleidt projecten zoals illustratorenwedstrijden en is nauw betrokken bij de begeleiding van nieuw talent. De uitgeverij kent de jongste jaren een sterke groei. Dat heeft het te danken aan de artistiek hoogstaande boeken met aandacht voor verbeelding, diversiteit en kwaliteit. De Eenhoorn is daarnaast ook de grootste uitgever van Kamishibai-boeken.
“De jeugdliteratuur die wij in Vlaanderen maken is van een uitzonderlijke kwaliteit”
Hoe ben je eigenlijk in het uitgeversvak gerold?
Ik weet al sinds mijn 16de dat ik dit wil doen. Mijn allereerste stage in 2009 was bij De Eenhoorn (voortaan DE). Na een aantal omzwervingen in de uitgeefopleiding in Nederland en een aantal jobs in de uitgeverswereld ben ik terug bij mijn eerste liefde beland. Daar werk ik nu al 10 jaar.
Het is een vak met heel veel concurrentie, hoe ga je daar mee om?
Het kinderboekenvak is geen strijdend vak hoor. Daar kan ik u zeker in geruststellen. Het is een hele fijne omgeving om in te werken met heel veel getalenteerde mensen. Dat doen wij elke dag met veel plezier en met alle uitdagingen die erbij komen kijken.
Ik val soms steil achterover als ik de gigantische productie zie bij de verschillende uitgeverijen. Zeggen dat de markt oververzadigd is, is een understatement. Geraakt dat allemaal verkocht? De levensduur van boeken is ook vrij beperkt. Is dat niet frustrerend?
Wij gaan daar bij DE anders mee om, in die zin dat wij heel lang titels in ons fonds houden en daar blijvend aandacht aan besteden en vooral het belang ervan blijven inzien. Maar het klopt zeker dat er te veel boeken zijn, dat er op bepaalde plekken in de uitgeefwereld aan een te hoog tempo wordt gewerkt waarbij aan kwaliteit wordt ingeboet. Dat proberen wij bij DE bewust niet te doen. Wij hebben de afgelopen jaren heel bewust de keuze gemaakt om minder titels uit te geven – 48 per jaar om precies te zijn, plus herdrukken, met een basisoplage van 1.750 exemplaren – en niet één op één mee te gaan in dat groeiverhaal dat heel hard leeft in de algemene economie maar zeker ook in de boekensector. Lezers en mensen in het boekenvak zien dat ook en ondersteunen het.
Je zit 24/7 tussen manuscripten en boeken. Wanneer verschijnt jouw eerste (prenten)boek?
Ik heb nog nooit een eigen boek geschreven (nvdr: op ghostwriting na, Elly schrijft AVI-boeken volgens specifieke regels voor beginnende lezers) en niet meteen van plan om dat te doen. Ik haal heel veel energie uit het begeleiden van creatieve mensen. Ik ben gelukkig dat ik elke dag tussen dat soort mensen mag vertoeven.”
Was je als kind een boekenwurm of eerder een speelvogel?
Een boekenwurm! Als kind las ik heel veel boeken. Alles van uitgeverij Averbode en Clavis. Ik verslond alles van Anthony Horowitz, Roald Dahl, Jan Terlouw, Tonke Dragt, … Ik denk dat ik op een bepaald moment de lokale bib helemaal uitgelezen had. Mijn vader las elke avond een stukje voor uit ‘Pluk van de Petteflet’ van Annie M.G. Schmidt. Dat zijn mooie warme jeugdherinneringen. Alleen strips heb ik nooit echt gelezen.
Waaraan kan je een goed prentenboek herkennen?
Dat is een complexe vraag. Voor mij moet een boek meerdere lagen bezitten. Lagen die in de eerste plaats het kind aanspreken en een wereld openen voor dat kind. Dan heb ik het over spiegels en ramen. Spiegels waarin ze zichzelf kunnen herkennen. En/of ramen waar ze door kunnen kijken om de wereld beter te leren kennen of om ermee in contact te komen. Dat is voor mij de basisvereiste van een goed prentenboek. En tegelijkertijd een laag voor volwassenen. Die laag kan op verschillende niveaus zijn: op talig niveau, op beeldend niveau, op een niveau waar die twee met elkaar in interactie gaan of elkaar aanvullen en dingen toevoegen.
Mag ik in dat verband de Franse auteur/illustrator Olivier Tallec aanhalen, één van de auteurs uit jullie fonds. Hij publiceert boeken voor kinderen vanaf 4 jaar, vaak over gevoelige thema’s maar zo gelaagd dat het soms “electrifiing” is. Ik heb enorm genoten van zijn twee recente boeken ‘Slaapt hij?’ en ‘De Barbaren komen’. Eenvoudig en met heel weinig zinnen komt hij tot de kern. De tekeningen nodigen ook uit om erover te praten.
Tallec is een voorbeeld van een meesterverteller. Iemand die schrijven en tekenen combineert. Bij ons heb je bv. Jan De Kinder, Lucas Suykens en Leo Timmers die dat ook doen. De manier waarop Tallec die twee in elkaar laat haken is briljant. In ‘Slaapt hij?’ (foto) brengt hij het verhaal van Eekhoorn die op wandel is met zijn vriend Pok wanneer ze plots Merel op de grond zien liggen. Eerst denken ze nog dat hij slaapt. Ze zijn heel erg nieuwsgierig. Het gaat over omgaan met verlies, de dood maar ook over vriendschap, heel duidelijk verteld vanuit het kindperspectief. Kinderen zijn daar ook nieuwsgierig naar. Ze snappen het niet en gaan op zoek naar antwoorden: wat is dood zijn? Hoe werkt dat dan? Eekhoorn en Pok onderzoeken dat op een prachtige manier, ook als ze doorhebben dat Merel effectief gestorven is. Dan gaan ze onderzoeken hoe ze toch nog blijvend aan hem kunnen denken. In zijn boek ‘De Barbaren komen’ hebben een groepje dorpelingen het gerucht opgevangen dat de Barbaren op komst zijn.
Het zouden de Russen kunnen zijn?
Bijvoorbeeld, maar dat heb jij gezegd.
Dat is inderdaad in mijn verbeelding.
Je kan het op heel veel manieren invullen. Dat is het mooie: er wordt niks in uitgelegd, maar je vult zelf de linken in. In ieder geval, het toont aan hoe snel we als een kudde schapen reageren. Zelfs al blijkt het achteraf fake news te zijn geweest.
Ik hoor mensen uit het boekenvak vaak zeggen: uitgeverijen zijn voorzichtiger geworden, commerciëler. Toch brengen jullie met bv. de haiku-boeken van Geert De Kockere een niet voor de hand liggend genre uit? Atypisch, niet commercieel maar wel heel speciaal. Waarom kies je ervoor om dat soort boeken uit te geven?
Dat is wat DE doet. Ik vind het heel fijn dat wij die rol kunnen vervullen om boeken uit te geven die heel onverwacht en niet vanzelfsprekend zijn. Dat wij soms risico’s nemen, gekke dingen doen, buiten de lijntjes kleuren. Dat gaan wij blijven doen.
DE is ook de grootste uitgever van Kamishibaiboeken in de Benelux.
Dat zijn niet echt boeken maar vertelplaten. Het is een traditionele Japanse verteltechniek waarbij verhalen worden verteld met behulp van die kartonnen vertelplaten (meestal A3-formaat). Op de voorkant zie je de afbeelding en op de achterzijde de tekst. Het is de bedoeling dat je die platen in en uit een soort van verteltheaterkastje schuift. De voorlezer/verteller heeft dan zijn handen vrij om het verhaal met veel expressie te brengen. Die grote platen zijn ideaal om in groep voor te lezen, in een bibliotheek, in klassen. Die worden op die plaatsen zeer intensief gebruikt. Wij zijn inderdaad de grootste aanbieder in Vlaanderen én Nederland. Van elk prentenboek dat wij uitgeven en dat zich ertoe leent, maken wij een Kamishibai-vertelplatenset.
Wie je favoriete tekenaar/illustrator (m/v)?
Dat is een onmogelijk te beantwoorden vraag. Bij alle makers met wie ik mag werken, voel ik een andere soort connectie en zie ik verschillende kwaliteiten in het werk. Carll Cneut is tijdloos. Net zoals het boek ‘Eefje Donkerblauw’ (foto) van Geert De Kockere een eeuwigdurend succesnummer is.
Je gaf al verschillende boeken uit met illustraties van Ingrid Godon. Zij won recent de prestigieuze Boon-prijs (*) voor kinder- en jeugdliteratuur (waarde: 50.000€) voor haar illustraties in het boek ‘De vrouw en zijn hoofd’, geschreven door Benny Lindelauf. Hoe trots ben je daar op? Hoe belangrijk is dat voor een uitgeverij?
Prijzen zijn prestigieus, ze zorgen voor aandacht. Daarom zijn ze zeker belangrijk voor de makers. Tegelijkertijd beseffen wij elke dag de relativiteit van die prijzen. Ik ben vooral dankbaar met de Boonprijs omdat het een prijs is die aan de ene kant Vlaams talent bewust in de kijker durft te zetten en aan de andere kant jeugdliteratuur als evenwaardig beschouwt als de volwassen literatuur. Nu mag je me tegenhouden als ik doordram, want dit is één van mijn stokpaardjes. Jeugdliteratuur wordt binnen het literaire segment toch nog altijd als minderwaardig gezien. Dat blijft een groot strijdpunt waarvan ik denk: ik hoop dat zoveel mogelijk mensen kunnen ontdekken wat de waarde is van jeugdliteratuur, op nog meerdere niveaus dan volwassen literatuur. Die prijzen zijn daarbij superbelangrijk om dat te erkennen. De jeugdliteratuur die wij in Vlaanderen maken is van een uitzonderlijke kwaliteit.
Op welke manier groei je internationaal? Door aanwezig te zijn op internationale beurzen (Frankfurt, Bologna…).
Bij DE is de bal aan het rollen gegaan in 2001 met het boek ‘Ozewiezewoze’ van Klaas Verplancke. Die won toen de prestigieuze Bologna Ragazzi Award op de kinderboekenbeurs in Bologna. Mijn toenmalige baas Bart Desmyter (die de uitgeverij/familiebedrijf in 2020 na 30 jaar te hebben geleid verkocht) was daar ook aanwezig. Plots stonden we als kleine, Vlaamse uitgeverij op de internationale kaart. Enkele jaren later wonnen we met ‘Het geheim van de Keel van de Nachtegaal’ (foto) van Peter Verhelst met illustraties van Carll Cneut ook verschillende prijzen. Het maakte dat internationale uitgeverijen onze beursstand niet snel meer links laten liggen.
(nvdr: tijdens zijn internationale reizen bracht De Eenhoorn meer dan 400 vertalingen in 35 talen naar lezers van over de hele wereld. Op het nachtkastje van DE staan ontelbare (inter)nationale prijzen en nominaties.)
Dan moet er een vervolg komen. Eén Klaas Verplancke op de planken maakt de zomer niet…
Klopt, van dan af was het zaak om elk jaar opnieuw naar die buitenlandse beurzen te gaan en rechten van boeken aan te bieden aan buitenlandse uitgevers. Toen DE begon was er qua geïllustreerde fictie heel weinig in Vlaanderen. Inmiddels hebben we al hele grote stappen gezet.
Recent zag ik je aangekondigd staan op een studiedag over Circustheater. Wat is de link met DE?
Dat was tijdens het festival Smells Like Circus in Gent. Er was een luik voor professionelen waar circusmakers elkaar konden ontmoeten. Men had een panelgesprek georganiseerd met verschillende uitgevers over de zinvolheid of zinloosheid van het overzetten van circusvoorstellingen naar boeken. En of er een kruisbestuiving kon ontstaan? Ik vond het een interessante vraag, waar ik zelf niet per se al actief over had nagedacht. Nochtans bleken er in ons fonds best al mooie voorbeelden te zitten. Auteur-illustrator Jan De Kinder heeft bijvoorbeeld veel affiniteit met circus. Hij maakte ooit parallel een boek aan een circusvoorstelling: ‘Olifant ondersteboven’. Een ander voorbeeld is ‘Doe de groeten aan de ganzen’ van Freek Vielen en Lot Vandekeybus. Van die prachtige theatervoorstelling (met o.m. Danny Ronaldo) werd een boek uitgebracht. Het is niet dat ik dat soort projecten opzoek, maar soms komen er zo’n dingen op je pad. Ik hou mijn ogen en oren voortdurend open. In dat circusmilieu gebeuren er wel eigenzinnige dingen, zaken die een beetje buiten de lijntjes kleuren. Zoiets spreekt mij wel aan. Niet elke voorstelling laat zich vertalen in een boek maar als ik dat voel en zie, dan heb ik altijd wel interesse.
Hoe selecteer je illustratoren? Meer dan alleen maar buikgevoel veronderstel ik?
Die vraag wordt vaak gesteld. Dat is niet perse selecteren. Door het feit dat het een fonds is met een heel lange geschiedenis spreek ik liever van een stal met Eenhoorn-makers (auteurs en illustratoren) met wie wij langdurig en consequent samenwerken. Van daaruit ga ik gaan bouwen. Dat gaat over een 120-tal mensen waarmee we echt actief samenwerken. Ik zit regelmatig met de makers samen om te luisteren wat er in hun hoofd zit, welke boeken ze willen maken, welke richting ze uit willen en dan denken we daar mee over na. Daarbij moet het buikgevoel waar jij het over hebt, wel juist zitten. Soms lees ik een leuk verhaal en denk ik meteen aan een illustrator die daar iets verrassends mee kan doen. Het gaat eigenlijk erg organisch. En het duurt allemaal vrij lang. Sommige projecten waar ik nu aan werk, zullen pas over 2 of 3 jaar verschijnen. Wat ook wel bijzonder is, dat we bij DE nog steeds mensen durven laten debuteren en de tijd nemen om makers te laten groeien. Wat niet wil zeggen dat het makkelijk is om bij ons te debuteren: je moet weten dat wij jaarlijks een duizendtal manuscripten opgestuurd krijgen.
Stel je krijgt een topjob aangeboden bij bv. Standaard Uitgeverij. Zou je daarvoor kiezen of liever bij DE blijven?
Bij DE blijven, geen twijfel mogelijk.
Fusioneren met een concullega of zelfstandig blijven uitgeven?
Zelfstandig blijven. Zeer zeker.
Van wie zou je graag ooit nog een boek uitgeven?
(zonder nadenken) Els Beerten! En dat gaat dit jaar gebeuren!
De boeken van De Eenhoorn zijn te vinden via hun webshop (www.eenhoorn.be) en in de betere boekhandel. Elk jaar rond Pinksteren pakt de uitgeverij uit met een meerdaagse stockverkoop. Dit jaar wachtten maar liefst 118.000 boeken op een nieuwe eigenaar. De boeken worden verkocht vanaf 4€ en dikwijls met kortingen tot wel 75%.
(*) In 2021 werd een nieuwe literatuurprijs gelanceerd voor het beste Nederlandstalige boek: de Boon. De prijs bekroont jaarlijks de beste werken in twee categorieën: fictie & non-fictie en kinder- & jeugdliteratuur. Elke winnaar ontvangt 50.000 euro.
De Boon is een initiatief van de vzw Vlaamse Literatuurprijs, met steun van de Vlaamse overheid. VRT en De Standaard zijn vaste mediapartners van de prijs. Dankzij de inzet van het Davidsfonds en de Gezinsbond wordt in beide hoofdcategorieën ook een publieksprijs uitgereikt ter waarde van 5.000 euro.
Met de Boon heeft Vlaanderen opnieuw een literatuurprijs met internationale uitstraling, met de ambitie uit te groeien tot de referentieprijs voor het beste Nederlandstalige boek, voor een breed en divers publiek.


