Onterecht Onbekend – MSK Gent maakt tot 31 mei de onzichtbare kracht van ‘vergeten’ vrouwelijke kunstenaars terug zichtbaar én ‘onvergetelijk’

Wie de werken van de “onbekende” vrouwelijke tijdgenoten van de mannelijke kunstenaars uit de Lage Landen in de periode 1600 tot 1750 wil ontdekken, zal een goede kluif hebben aan de tentoonstelling ‘Onvergetelijk’. Vorig jaar liep het al storm in Washington. Nu is de tento nog tot 31 mei te zien in het MSK Gent. Het project waar 3 jaar onderzoek en voorbereiding aan voorafging maakt de olifant in de kamer minder groot.

Inhaalbeweging

‘Onvergetelijk’ om ze nooit meer te vergeten. De inhaalbeweging is ingezet. Hoogtijd om ook de Vlaamse canon aan te passen want zoals met alles in het leven zijn er altijd twee kanten aan een verhaal. Het is een unieke kans om deze werken te gaan bekijken want ze keren nadien terug naar de eigenaars en vooral naar buitenlandse musea. De expositie reist dus niet door naar een ander museum. Het is nu of nooit.

De tentoonstelling geniet ook grote internationale persbelangstelling o.w. De Volkskrant, NRC Handelsblad, The Guardian, Frankfurter Allgemeine Zeitung, Il Giornale dell’Arte, Museumtijdschrift, Apollo magazine enz… en dat zorgt ook voor een impact op het toerisme in de stad.

X als support van hedendaagse “sisters in arms”

Met 230 objecten, tekeningen en schilderijen van een 40-tal vrouwen is dit de eerste overzichtstentoonstelling over 17de eeuwse vrouwelijke kunstenaars. Tegelijk brengen 9 hedendaagse kunstenaressen in de eerste grote zaal een ode aan hun historische collega’s. Dat doen ze door in de eerste grote zaal van het MSK hun project ‘X’ (foto) te tonen. Een collectief werk dat ze realiseerden als antwoord op de tentoonstelling. De namen van 179 door kunsthistorici geïdentificeerde vrouwelijke kunstenaars uit de periode 1600-1750 lieten ze met de hand drukken op tweekleurige latex stroken die bijna monumentaal opgehangen worden. De twee tinten suggereren een omgekeerde verhouding: rood staat voor historische kennis terwijl donkerrood de structurele amnesie belichaamt waarin het werk van vrouwen en hun bijdrage aan cultureel erfgoed verdwenen is. Want ongeveer 70% van de vrouwelijke kunstenaars kan worden geïdentificeerd en gecatalogiseerd terwijl zo’n 30% anoniem blijft door gebrek aan documentatie. Dat én hun verbondenheid met die dames willen ze met dit werk beklemtonen. De hedendaagse kunstenaars die hieraan meewerkten zijn Christian Blattmann, Manon de Boer, Melissa Gordon, Aglaia Konrad, Valérie Mannaerts, Hana Miletić, Annaïk Lou Pitteloud, Heidi Voet en Asia Zielińska.

De start van het verhaal

Het Onvergetelijk-verhaal start eigenlijk al rond 1970 toen het echtpaar Wilhelmina Cole Holladay en haar man Wallace tijdens hun reis door Europa schilderijen ontdekten van Clara Peeters (1587 in Mechelen-1636 in Gent). Uit frustratie over het gebrek aan beschikbare informatie over deze kunstenares maakte Holladay het tot haar missie om kunst van vrouwen uit die periode te verzamelen en te bewaren. Dat resulteerde in de oprichting van het National Museum of Women in the arts in Washington in 1979, het eerste aan kunst van vrouwen gewijde museum ter wereld. Het echtpaar schonk hun werken aan het museum. Zowat het overgrote deel van de tentoongestelde werken komen uit dit en ook andere Amerikaanse musea.

Uit onze navraag blijkt dat slechts 5% van de werken in het MSK Antwerpen van vrouwelijke kunstenaars is. In het MSK Gent is dat ondertussen 10%.

Vrouwelijke tegenhangers

In onze schooltijd waren Rubens, Anthony Van Dyck, Johannes Vermeer, de gebroeders Van Eyck en Rembrandt de steeds terugkerende namen in de lessen klassieke kunstgeschiedenis. Volgens een ingewijde kunnen kunsthistorici nooit een handvol namen van vrouwelijke kunstenaars uit die periode opnoemen. Niet dat het MSK de geschiedenis aan het herschrijven is want in die tijd speelden vrouwen een meer dan cruciale rol. Onthou ze vanaf nu voor altijd: Clara Peeters, Michaelina Wautier, Judith Leyster, Louise Hollandine van de Palts, Rachel Ruysch, Geertruydt Roghman, Catrina Tieling e.v.a.

Door in deze overzichtstento hun werken op te diepen en voor te stellen kom je onder de indruk van de technische vakkundigheid op vlak van licht, perspectief en details waarmee ze moeiteloos kunnen wedijveren met hun mannelijke concullega’s. Zoals op vlak van (zelf)portretten van bv. Louise Hollandine van de Palts (foto); stillevens van Clara Peeters (foto – bijgenaamd “Queen of still lives”) en Michaelina Wautier; het botanisch werk -zowel schilderijen als uiterst gedetailleerde tekeningen- van Maria Sybilla Merian; het meesterwerk van Maria Van Oosterwijck (een Vanitas-stilleven uit 1668). Beeldhouwster Maria Faydherbe bouwde een succesvolle carrière op waarbij ze volhield om haar werken, hoewel ongebruikelijk, steevast te signeren met haar naam. De vele kantwerkers daarentegen die het meest verfijnde en complexe én economische zeer lucratieve textiel creëerden mochten hun werk niet signeren. De handelaars daarentegen waren de enigen die grof geld verdienden met hun ambacht dat in die tijd een belangrijke economische (beroeps)activiteit was. Zonder deze anonieme dames geen handwerk.

Het boeiende aan deze expo is dat ze een soort van totaalbeeld geeft. De werken geven binnen verschillende thema’s niet alleen inzicht in het persoonlijk leven van de vrouwen en hun artistieke opleiding maar laten ook zien hoe maatschappelijke normen, verwachtingen en ontwikkelingen hun werk en carrière beïnvloedden. De vrouwelijke kunstenaars kregen les van professionele kunstenaars. Hun kunst diende vaak als geschenk voor hun familieleden en sociale relaties, soms met huwelijkspolitieke doeleinden in gedachten.  Vrouwen uit de middenklasse die artistiek creatief waren, kwamen meestal uit een creatief milieu. Van vrouwen en meisjes uit lagere sociale klassen werd verwacht dat ze zich konden behelpen met handwerk. Voor hen was het vaak een noodzaak om in hun levensonderhoud te voorzien. Hun namen zullen we nooit te weten komen.

Gecanceld

Mannen hadden in die tijd toegang tot vrouwelijke naaktmodellen. Vrouwen kregen geen toegang tot anatomie wat maakt dat je geen werk met mannelijk naakt zal zien. De vrouwen werden opzettelijk en onterecht uit de geschiedenis geschreven. Dat ze niet of nauwelijks voorkomen in kunstenaarsbiografiën uit die tijd heeft alles te maken met het feit dat die geschreven werden door mannen. De vrouwen werden gedegradeerd, verzwegen, gecanceld. Vaak werden hun werken gehandtekend met de naam van hun man, vader of broer omdat ze dan meer geld opbrachten. In die context legt het museum daar ook nog eens extra de nadruk op door een knappe reeks van 11 affiches uit te brengen in fel oranje kleur die elk een eigen Nederlandstalige of Engelstalige slogan meekrijgen. Gaande van ‘Muze of meester?’ en ‘Haar kunst, zijn faam!’, ‘De oude meesters waren ook vrouwen!’, Ooit verzwegen, nooit vergeten!’, Zij schilderde, hij signeerde!’, ‘Meester’werk?!’, Toen beroemd, nooit benoemd!’  tot ‘Geen voetnoot maar hoofdstuk!’

Recente ontdekkingen

Bijzondere werken die een bezoek aan de tento extra interessant maken zijn enkele recente ontdekkingen: “Landschap met koeien en vrouwelijke herders” van Catrina Tieling uit 1670 dat vorig jaar werd ontdekt of het “Bloempotje” van Judith Leyster (foto) uit 1654 dat vorig jaar aan het licht kwam in een privé collectie. Of “Samson & Delila”, het prachtige schilderij van Johanna Vergouwen (foto bovenaan) naar het werk van Anthony Van Dyck dat tot de collectie van een Mexicaans museum behoort en nu voor het eerst te zien is in Europa.

Vragen aan curator Frederika Van Dam

Curator Frederika Van Dam (foto – die enkele jaren terug ook de Jan Van Eyck-tento cureerde) is maar wat blij met de recente ontdekkingen. De tento zelf vindt ze erg nodig want: “dit is geen trend. Ik wil verandering brengen met deze expositie. Zeker in dit tijdsgewricht”. En als je weet dat de top van de museumwereld nog altijd een mannenwereld, dan maakt ze met dit project wel haar punt, samen met haar team dat volledig uit vrouwen bestaat.

Kan dit project privé-verzamelaars (nog meer) aanzetten om ook met hun werk naar buiten te komen / zich te melden? Zijn er al verzamelaars die met het museum contact hebben opgenomen?

Frederika Van Dam: “We hopen in elk geval dat dit zal gebeuren.”

Kan u voorbeelden geven van werken die minstens evenveel of nog meer waard zijn dan werken van hun mannelijke tijdgenoten want er zijn ongetwijfeld vrouwelijke kunstenaars die ondertussen bekender geworden zijn dan hun mannelijke collega’s uit die tijd?

FVD: “Dit is moeilijk te zeggen. Ook vinden we het niet nodig om die vergelijking steeds te blijven maken. Een kunstwerk heeft intrinsiek veel verschillende vormen van waarde, het financiële is er slechts 1 van.”

Heeft de tento invloed op de waarde van de werken? Stijgen die m.a.w. in waarde?

 FVD: “Hier kunnen we geen antwoord op geven (nvdr: reken maar van wel, zo werkt het nu eenmaal).”

Waarom werd er gekozen voor een soort van slingerend, meanderend parcours? En wie heeft dat bedacht?

FVD: “De tentoonstelling neemt je inderdaad via een slingerend pad mee langs zeven thema’s: van de intieme leefwereld van de kunstenaars tot de bredere culturele en sociaaleconomische context waarin ze actief waren. Door het belang van nuance en perspectief bij het bestuderen van kunstgeschiedenis te benadrukken, wil het pad doen herinneren dat kunst nooit volledig begrepen kan worden vanuit slechts één bron, één kunstvorm of één gender. Deze is bedacht door de scenograaf van de tentoonstelling Aslı Çiçek.”

De fantastische catalogus (284 pag., uitg. Hannibal) is een uniek standaardwerk, zeker voor wie zich veel meer wil gaan verdiepen in dit verhaal. Om die reden alleen al zou het in geen enkele bib mogen ontbreken.

Bij het ter perse gaan van dit artikel kreeg het museum reeds 40.000 bezoekers over de vloer.

Tramstel als extra blikvanger

Op het Jan Hoetplein (tussen het SMAK en het MSK) staat voor onbepaalde duur een tramstel (foto)
dat door de Gentse streetart artieste Alica Martha (Charlotte Dossche) beschilderd werd met tien Gentse boegbeelden die zich inzetten voor vrouwenrechten. Dames die een voortrekkersrol speelden in de strijd voor gendergelijkheid. We zien de (kleurrijke) gezichten van Emilie Claeys, Chantal De Smet, Roos Proesmans, Moniek Darge, Greta Craeymeersch, Denise De Weerdt, Jacqui Goegebeur, Marijke Colle, Kati Couck en Lucie Van Crombrugge.

Ann Velghe: “Het kunstwerk maakt deel uit van het project ‘Walls To Remember’ van Amazone vzw (www.amazone.be). ‘Walls to Remember’ draagt bij aan de projectoproep ‘De straat is van ons’ van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM). Die oproep is in het leven geroepen om de vertegenwoordiging en zichtbaarheid van vrouwen in de openbare ruimte te versterken. Onze straten zijn namelijk nog te vaak een onveilige omgeving voor vrouwen en andere bevolkingsgroepen. Dat merk je ook op in de actualiteit. Denk maar aan het protest tegen seksuele opvoeding in Wallonië of de afschaffing van het recht op abortus in verschillende Amerikaanse staten.”

In het volkskundig museum Huis van Alijn en het Industriemuseum kon je op Vrouwendag voor het derde jaar op rij vrouwen mee de geschiedenis inschrijven door Wikipedia-pagina’s te geven aan zij die dat om één of andere reden verdienen. Inmiddels zijn er al een paar honderd pagina’s gecreëerd.

De Franse schrijfster en journaliste Titiou Lecoq publiceerde het bijzonder en opmerkelijk boek ‘Geschrapt, uitgegomd, gewist’ (uitgeverij EPO) waarin ze vrouwen van het stenen tijdperk tot de tweede wereldoorlog hun rechtmatige plaats in de geschiedenis teruggeeft. Daarnaast legt ze ook de mechanismen bloot die een antwoord geven op de vraag waarom de strijd, leven, werk en carrière van deze vrouwen onzichtbaar moest blijven of worden gemaakt. Misschien moeten de geschiedenisboeken op dat vlak wel voor een deel herschreven worden. Mevrouw de minister?

Boek ‘Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars?’

Nog een erg interessant werk is het lijvige boek met de opvallende en goed gekozen titel “Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars?” van Christiane Struyven (268p., uitgeverij Lannoo). Zij inventariseert 50 Belgische kunstenaressen van 1880 tot nu. Dat doet ze in vijf hoofdstukken/periode’s en beschrijving van de bijhorende kunststromingen: 1880-1920, 1920-1945 (tijdsvak waarin de vrouwenemancipatie in een stroomversnelling geraakt), 1945-1970, 1970-1990 en 1990-2025 (de complete ontbolstering in diverse stijlen).

Elke kunstenares wordt beknopt en boeiend voorgesteld, samen met gemiddeld drie kenmerkende werken uit hun oeuvre. De teksten bevatten niet alleen achtergrondinformatie en levensloop van de vrouwen maar ook kunsthistorische situering en maatschappelijke context. Dat zorgt voor interessante inzichten. Vlot leesbaar bovendien. Je raakt als lezer gaandeweg geïntrigeerd -om niet te zeggen meegezogen- in de verhalen van de veelal onbekende namen. Je ontdekt hoe veelzijdig de kunstenaressen altijd al zijn geweest. Velen onder hen waren -niettegenstaande de onderdrukking- behoorlijk geëmancipeerd en feministische activistes. Je zou voor minder. Zeker als je weet dat Napoléon Bonaparte schreef dat “De vrouw aan de man wordt gegeven om kinderen te baren. Zo worden zij zijn eigendom, op dezelfde manier als de vruchtboom toebehoort aan de tuinier”. Die diepe minachting zou nog heel lang duren. De “ontvoogding” van de vrouw zou pas na 1950 tot volle wasdom komen.

Vele kunstenaressen (o.w. Cécile Douard, Berthe Art en Anna Boch) bleven bewust ongehuwd en/of kinderloos om onafhankelijk en dapper hun strijd te kunnen voeren. Je leest verhalen van vrouwen die pas op latere (hogere) leeftijd erkenning kregen of werden ontdekt. In het slechtste geval pas na hun dood. Nog steeds zijn er interessante talentrijke vrouwen uit de verschillende periode’s waar men nog heel weinig over weet of die ondergewaardeerd zijn zoals Marthe Guillain, Suzanne Fabry, Gilberte Dumont enz. Werken van de ene zijn nog steeds spotgoedkoop op veilingen en van de andere zeer duur. Voor mezelf vond ik o.m. Louise De Hem, Cécile Douard, Virginie Dumont-Breton, Juliette Wytsman, Marguerite Verboeckhoven en Tapta echte ontdekkingen. Dat werken van vrouwelijke kunstenaars nu meer en meer opgenomen worden in collecties van binnen- én buitenlandse musea en ook in galeries is alleen maar toe te juichen. Achter de schermen wordt hard gewerkt om hun oeuvre nog beter te documenteren en te inventariseren. De “blik” van hedendaagse vrouwelijke kunstenaars is in ieder geval uitermate boeiend, intuïtiever en verrijkend. Het is allang geen synoniem meer voor pasteltinten en roze wolken. Edith Dekyndt heeft momenteel een prachtige solo-expositie lopen in Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle/Sint-Martens-Latem. En we kijken nu al uit naar Jenny Montigny (één van de vele poulains van impressionist/luminist Emile Claus) die dit najaar eindelijk een retrospectieve krijgt in MSK Gent. En dat de performance van Miet Warlop te zien zal in het Belgische paviljoen van de Biënnale van Venetië is niet te onderschatten. Een performance als kunstwerk!

Door mij te verdiepen in dit boek kwam ik erachter dat er in 2022 een ander boek van Christiane Struyven verscheen met de titel ‘Moeten vrouwen naakt zijn om in het museum te hangen?’. Een titel die niks aan de verbeelding overlaat. Ik heb het nog niet gelezen maar het staat met stip op mijn wenslijst. We zijn de auteur heel dankbaar dat ze haar graafwerk met ons wil delen. ‘Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars?’ is voor kunstliefhebbers een boeiend vervolg op de tento ‘Onvergetelijk’. We mogen hopen dat ze bij een eventuele herdruk nog meer nieuwe namen/ontdekkingen toevoegt. Dan denken we bijvoorbeeld aan Joëlle Dubois en de veel te vroeg gestorven Louis Delanghe.

Panelgesprek ‘Vrouw. Maker. Ondernemer’ op zondag 31 mei 2026

Op de slotdag van de expositie organiseert het museum een panelgesprek. De vrouwelijke kunstenaars in Onvergetelijk combineerden hun creatieve praktijk soms met die van ondernemer/kunsthandelaar. Met dit panelgesprek brengt het museum dit thema uit de tentoonstelling naar het heden. Melissa Giardina gaat in gesprek met lingerieontwerpster Murielle Scherre, galeriehoudster Sofie Van de Velde en pornoactrice en voormalig Ketnet-kindster Gigi Max over hoe vrouw-zijn, kunst, creativiteit en ondernemerschap elkaar beïnvloeden. 

Over de auteur

Verwant

Geef commentaar