Iris Van Robays (31) brengt sinds 2019 haar wekelijkse rubriek ‘De Kwinkslagerij’ in De Standaard op woensdag. Tot 15 juni richt het Europees Cartooncentrum in Kruisem de spotlight op haar werk. In de expo zie je een fifty/fifty-mix van het beste van De Kwinkslagerijen en ander cartoonwerk waaronder vaak recent werk voor het eerst samen onder de noemer: Gniffel. Voor de liefhebbers van woordspelingen.
Iris speelt met taal en zet die om in cartoons waar beeld en verbeelding elkaar ontmoeten. Ze kijkt anders naar de dingen. Soms is het uitgesproken naïef, of ontdek je een gelaagdheid, ga je gniffelen bij de speelse herkenbaarheid van de absurditeiten. Maar vrolijkheid voert de boventoon.
Kan je je nog herinneren wat precies de aanleiding was om met woordspelingen en dubbele bodems aan de slag te gaan? Of was dat al van kleinsaf aan?
Ja, als ik klein was las ik vooral strips. Ik wou ook striptekenaar worden. Ik las vaak De Kiekeboes. Daarin wordt veel met taal gespeeld. Ik heb dat altijd heel tof gevonden. Daar is mijn fascinatie voor het spelen met taal begonnen.
Wat sprak jou daar zo in aan?
Ik denk dat woordgrapjes voor mij iets zijn die alles een beetje toffer maken, luchtiger vooral.
Ben jij iemand die positief in de wereld staat?
Ik denk het wel, ja.
Waar haal je dan de meeste inspiratie? Lees je dan heel veel om op zoek te gaan naar “kromme” zinnen en uitspraken of luister je graag gesprekken af van omstaanders?
(lacht geheimzinnig). De beide. Ik ben sowieso heel visueel ingesteld. Woorden die ik hoor zet ik heel snel om in een beeld. Als iemand het woord “veer” uitspreekt dan roept dat bij mij meteen het beeld op van een springveer. Ik zie in mijn verbeelding heel snel verschillende opties. Maar inderdaad, ik doe niets liever dan op terrasjes zitten en voorbijgangers observeren en gesprekken afluisteren. Of in de trein. In de natuur op een bankje gaan zitten levert mij ook altijd veel inspiratie op.
Ik probeer even in jouw hoofd te kruipen en mij af te vragen: hoe ziet de wereld er in jouw hoofd uit?
(lacht) Dat teken ik eigenlijk (lacht nog uitbundiger). Dus als de mensen dat willen weten moeten ze naar de tentoonstelling komen kijken. Veel woordgrapjes, veel kleuren, veel onnozelheden ook. Ik ben daar niet vies van.






Je werkt afwisselend met houtskool, ipad, aquarel, wasco, stiften, potlood. Heb je een voorkeur?
Het liefst werk ik met Japanse kalligrafie-stiftjes. In een schetsboek, heel snel. Ik heb ooit een reeks gemaakt met snelschetsen van mensen die tegenover mij zaten in de trein. Vaak lagen die te slapen of te lezen. Ik vond dat zalig om te doen.
Hangt het gebruik soms ook af van je gemoed of van het genre waarin je bezig bent?
Een beetje. Maar alles wat ik niet met de stift teken, daar gaat altijd wel een schets in een stift aan vooraf. Dat is mijn eerste stap. En daarna kijk ik wat de tekening kan verdragen.
Hoe sta jij als jong artiest tegenover AI als het gaat over het maken van tekeningen en cartoons?
Het is dubbel. Ik hoop dat mijn tekeningen niet teveel gaan gebruikt worden om de AI-machine te voeden. Enerzijds is het een soort plagiaat en anderzijds kan ik zeggen dat ik ook ben geïnspireerd door andere artiesten en soms zie je die invloeden ook opduiken in mijn werk (nvdr: Kamagurka, Jip van den Toorn). Een grote angst om niet meer te kunnen doen wat ik graag doe heb ik niet. Ik denk dat de cartoonisten en andere kunstenaars die ik ken uit mijn omgeving, vindingrijk genoeg zijn. Dat komt wel goed. Misschien sta ik daar positiever in dan anderen. Het is misschien geen goede vergelijking maar toen de fotografie opkwam sloegen de schilders ook in paniek. Misschien loopt het nog niet zo’n vaart.
Ik sprak recent een aantal cartoonisten die mij vertelden dat ze de laatste maanden hun commerciële opdrachten als sneeuw voor de zon zagen verdwijnen omdat hun opdrachtgevers nu hun heil zoeken in AI. Zij verliezen hun broodwinning.
Ik hoop dat het voor mij meevalt. Ik zit een beetje in een niche. Ik denk ook niet dat ik veel concurrentie heb. Maar ik volg het wel op de voet. Ik denk niet dat ik de enige ben die een afkeer heeft van al die AI-bagger. We moeten het positief bekijken en het goede van AI “gebruiken”.
Jouw boek ‘De Kwinkslagerij’ was heel snel uitverkocht en er komt voorlopig ook geen herdruk. Mogen we binnenkort een nieuw boek van jou verwachten?
Neen helaas niet. Er zijn ook geen plannen. Wie weet leest een leuke uitgever dit interview (lacht).
Tot slot: ben jij een grapjas of een lolbroek?
(lacht). Beiden hé! Op 1 april heb ik mij rot geamuseerd en veel grapjes uitgehaald.
‘Gniffel’ is nog te zien tot 15 juni in het Europees Cartooncentrum te Kruisem (www.ecc-kruishoutem.be). Gratis te bezoeken elke zondag van 10u tot 12u en van 14u tot 17u.
Cartoonliefhebbers kunnen deze tento op een namiddag gemakkelijk combineren met de cartoontento ‘Elke waterdruppel telt’ in het Mudel-museum in Deinze (tot en met 7 juni).
Speciaal voor deze expositie brengt het ECC een catalogus uit. Die is enkel te koop in het ECC en kost 17€. Zij die te laat waren om het boek ‘De Kwinkslagerij’ te kopen en alsnog iets van IRIS op de kop willen tikken, kunnen hier hun slag slaan. Benieuwd hoe Iris die beeldspraak in een cartoon zou gieten… ze mag het ons altijd opsturen (haha).