Interview met Marc de Bel – Atypisch Marc de Bel boek als ode aan de jeugd

Op Paasmaandag trokken we naar eiergemeente Kruisem. Deze keer niet om eitjes te rapen maar voor de voorstelling van het cartoonboek ‘Op een mooie dag toen het eens slegt weer was’. Een initiatief van schrijver Marc De Bel die zich daarvoor (niet gehinderd door het copyright) liet inspireren door zijn oud-leerlingen van de basisschool en vormgegeven door 15 cartoonisten.

Marc was stipt op tijd voor de afspraak, een half uur voor de boekvoorstelling zou beginnen. Tijd genoeg voor een gesprek.

Hoe is het idee ontstaan voor dit toch wel atypisch Marc de Bel-boek?

Vorig jaar was er een feestje n.a.v. de Euro-Kartoenale en toen zei ik tegen Saskia van het Europees Cartooncentrum dat ik een idee had dat smeekte om te worden geïllustreerd met cartoons. Ze mochten het hebben als cadeau en verkopen ten voordele van de werking van het cartooncentrum.

Het idee heb ik eigenlijk allang. Ik heb twintig jaar les gegeven in het lager onderwijs en heb toen duizenden opstelletjes van kinderen verbeterd en af en toe zaten daar hele mooie, naïeve “slipperzinnen” tussen. Bijvoorbeeld: “Op een mooie dag toen het slegt (sic) weer was ging ik naar school”. Ik vind dat fantastisch. Alleen een kind kan zoiets schrijven. Dat is een literaire cartoon. Of nog zo eentje: “het straatje naar het kerkhof loopt dood”. Ik had destijds al die zinnen opgeschreven in een schriftje maar was dat kwijtgeraakt. Tot ik vorige zomer mijn schrijfkamer opruimde en ik terug op het schrift botste. Al die zinnen heb ik dan in een verhaal gegoten. Ikzelf heb er 10% tekst aan toegevoegd omdat ik wilde dat het narratief toch beter zou kloppen.

Beeldspraak

Kinderen zijn op die leeftijd nog niet vertrouwd met beeldspraak. Humor is een vorm van intelligentie. Waarmee ik niet wil zeggen dat kinderen dom zijn. Integendeel, maar je moet toch een soort van ervaring hebben om een dubbelzinnigheid of een dubbele bodem te begrijpen. Of te kunnen relativeren. Cartoons hebben dat ook. Toen ik les gaf liet ik veel cartoons zien aan mijn leerlingen en ik heb daar toen veel van opgestoken. Want zij zien totaal iets anders dan wij volwassenen. Zij zien de wereld zoals die er in hun ogen zou moeten uitzien. Niet zoals die in werkelijkheid is. Dat is een gave die veel volwassenen en zeker niet-cartoonisten hebben verloren. Zo krijg je een boek dat de taal van kinderen en de beelden die ze bij volwassenen oproepen samenbrengt.

Heb je zo’n sprekend voorbeeld?

Als ik twee deugnieten betrapte terwijl ze iets aan het uitspoken waren, vroeg ik hen “wat is er aan de hand?”. En dan keken ze mij gespeeld verbaasd aan terwijl ze hun handen lieten zien. Heerlijk. Ze wastten hun handen in onschuld. Nog zoiets, hoe kan je nu je handen wassen in onschuld? In water ja. En dan kijken ze naar u alsof ze het horen donderen in Keulen. Ook letterlijk. Dat schurkt heel dicht aan bij cartoons, die…

Dubbele laag?

Ja voilà. En dat heeft dan geresulteerd in dit boekje waaraan 15 cartoonisten hebben meegewerkt. Ik zou al tevreden geweest zijn moesten er een stuk of twee, drie bereid geweest zijn om hieraan mee te werken maar het zijn er 15 geworden. Fantastisch. Iedereen in zijn eigen stijl wat het heel divers maakt.

Zou je het een pleidooi voor meer verwondering durven noemen?

Ja, absoluut, ja. De manier waarop een kind naar iets kijkt of tekent is eigenlijk totaal anders. Het is zoals de wereld er zou moeten uitzien in hun ogen.

Zou moeten uitzien zeg je. Er is dus nog hoop?

Jaja. Ik zie dat wel zitten hoor. Binnen 10, 15 à 20 jaar gaan de kinderen van nu die het dan voor het zeggen gaan hebben, veel goed maken. Daar geloof ik in. Daarom noem ik het boek ook een ode aan de jeugd.

Je kan zelf niet onaardig tekenen en toch staat er geen cartoon van jouw hand in het boek?

(op fluistertoon) Ik heb dat vergeten…

Vergeten?!

Echt waar, ik ben dat totaal vergeten. Maar man, ik vind dat zo erg. Ik heb daar gewoon niet aan gedacht. Gisteren lag ik in mijn bad en schoot het in mijn gedachten. Jongens toch…

Het is nog niet te laat. Je kan er nog altijd een cartoonblad tussenschuiven.

Ja, of live één tekenen. Dan hebben ze een originele cartoon van mij (lacht)

Smaakt dit naar meer of staat er binnenkort terug een leesboek op de planken?

Beide. De boeken voor dit jaar en volgend jaar zijn klaar. Die zijn we nu aan het illustreren. Half juni verschijnt “De tekeningen van Meneer Vincent”, een novelle over Vincent Van Gogh die hier in de Vlaamse Ardennen heeft rondgelopen (nvdr: ongetwijfeld geïnspireerd door het boek ‘De vergeten voettocht van Vincent Van Gogh’ van Lander Deweer die Van Gogh’s voetsporen volgde in Sint-Maria-Horebeke en Korsele in de Geuzenhoek van de Zwalmstreek) en eind dit jaar ‘Het boek van de Boeboeks’, een informatief boek met verhalen maar ook heel veel weetjes over hoe eten ze, hoe leven ze, welke spelletjes spelen ze enz.

Het cartoonboek ‘Op een mooie dag toen het eens slegt weer was’ is enkel te koop in het Europees Cartooncentrum te Kruisem en kost 17€. De tento met de cartoons uit het boek is er nog te zien tot 26 april (erfgoeddag). Enkel op zondag te bezoeken. Toegang gratis. De cartoonisten die meewerkten aan het boek zijn: Leon De Borger (VJV-lid), Luc Vernimmen (VJV-lid), Stefaan Provijn (VJV-lid), Yves De Ridder, Christophe Denys, Nikola Hendrickx, Jelle Janssens, Pieter Lefevere, Iris Van Robays, Tess Van Deynse, Trui Vanden Berghe, Wouter Van Ghysegem, Norbert van Yperzeele, Geert Verscheure en Stefaan Veys (Gjiste).

Over de auteur

Verwant

Geef commentaar