Zeven hoofdzonden – Waarom mensen niet deugen

“Dit boek neemt je mee op een reis door de domeinen van seks, moord, ontrouw, criminaliteit en geweld.” Met deze eerste woorden van de inleiding heeft de auteur de ondertitel verklaard. En ook: “De zonden zijn de architecten van de menselijke verheffing en vernietiging.”

Hij heeft het niet alleen over de slechte kant van woede, afgunst of trots. Hij licht toe waarom de menselijke soort lust nodig heeft (“zonder lust geen leven”), woede soms gebruikt om te overleven, luiheid kan gebruiken om te bekomen van stress, hebzucht gebruikt om voorraden aan te leggen, gulzigheid een noodzaak was om te eten wat er beschikbaar was, enz… Vooral gaat hij in dit boek op zoek naar de neurologische, morele en psychologische basis voor ‘slecht’ gedrag. Dat brengt hem bij ziekelijke afwijkingen, zodat de lezer kennis maakt met uitvergrote vormen waarin de zeven ‘hoofdzonden’ zich kunnen manifesteren.

Hij legt uit waarom hij de term ‘zonde’ gebruikt, terwijl hij toegeeft zelf een atheïst te zijn. Hij denkt na over wat er in de hersenen allemaal kan mis gaan en verwijst dikwijls naar wat religies – en de joods-christelijke religie in het bijzonder – te zeggen hebben over slecht menselijk gedrag. Die religie maakt deel uit van onze Westerse culturele geschiedenis en die kent hij via zijn joodse afstamming het beste. Andere beschavingen komen minimaal aan bod.

Het woord ‘zonde’ zet hij soms tussen enkele aanhalingstekens, het woord God krijgt die niet. Ons moreel gedrag wordt niet alleen richting gegeven door de religie, ook door de samenleving en door de justitie.

Elk van de zeven hoofdzonden wordt ingeleid door een concreet voorbeeld van een extreme vorm van wandaden. Het zijn mannen of vrouwen die onderhevig zijn aan storingen in de hersenen en daarom in de neurologie terecht komen. De auteur legt eerst uit wat die storing veroorzaakte. Hij kan een wetenschappelijke uitleg daarom niet vermijden, wat maakt dat dit boek ook interessant wordt voor collega’s – wetenschappers. Dan begint hij het geval van verschillende zijden te bekijken, bijv. evolutionair,  en constateert dat er goede kanten zijn aan het bepaalde gedrag. Soms begint hij te filosoferen, spreekt over eigen ervaring of wat anderen over het onderwerp te zeggen hadden. Van bij het begin wordt “De goddelijke komedie” van Dante Alighieri erbij gehaald.

Hij eindigt het hoofdstuk met een overzicht als besluit.

Leschziner maakt duidelijk dat de oorsprong van ons ‘slechte’ gedrag niet gemakkelijk te duiden is: het kan een stoornis in de hersenen zijn, het kan in onze genen zitten of onze omgeving. Alles wat we meemaakten heeft invloed op ons gedrag. Voor sommige ‘zonden’ geeft de evolutie een goede verklaring, zie bijv. wat hij over lust vertelt. Voor andere kunnen wetenschappelijke proeven inzicht geven. Hij is niet beschroomd om te erkennen dat er soms “een punt van discussie blijft” en dat hij het dus ook niet weet. Dikwijls toont hij aan hoe voortschrijdend inzicht werkte en werkt.

Het achtste hoofdstuk gaat over het bestaan van een vrije wil en is zeker ook de moeite van het lezen waard: “… er zijn in ieder geval veel factoren die we als individu niet volledig kunnen beheersen… Het is moeilijk te geloven dat ik volledig misleid kan worden door mijn eigen geest en dat dit ook voor ieder ander geldt.”

De stijl is direct: “’Gulzigheid’ is dan ook geen morele daad, geen tekortkoming van onze ‘ziel’…” Soms een tikje poëtisch: “Dat ons gedrag niet altijd een weerspiegeling is van wie we zijn, van onze ‘ziel’… De hersens zijn kneedbaar in de oven van ons leven…”.

Ondanks het feit dat hij complexe onderwerpen in de neurologie en in de psychologie aanpakt, blijft zijn uitleg toegankelijk zonder reducerend gemakkelijk te zijn en altijd weerklinkt zijn duidelijke empathie. Doordat hij ons laat zien dat we niet altijd verantwoordelijk zijn voor onze ‘zonden’, draagt dat bij tot empathie voor de medemens, maar evengoed helpt het ons eigen gedrag te begrijpen. Wat hij behandelt is ook vandaag relevant, gezien bijv. de wijd verspreide obesitas en de kapitalistische hebzucht. In elk geval behandelt Leschziner wat er aan de wortels ligt van ons menselijk gedrag.

In Woordenlijst vinden we verklaringen van termen als ‘amygdala’ of ‘cognitieve disfunctie’. Er zijn 5 bladzijden met afbeeldingen van de hersenen. In de Noten vinden we lijsten van geraadpleegde werken of onderzoeken. Deze 20 bladzijden tonen aan dat de auteur niet over één nacht ijs ging.

Ook de index is nuttig als je het boek als naslagwerk gebruikt: je vindt dat bijv. het woord ‘narcist’ op wel 15 pagina’s wordt gebruikt.

De commentaren bij de Engelse uitgave vorig jaar, waren zowel lovend als vernietigend. Sommigen namen aanstoot aan zijn interpretatie van ‘zonde’ en aan zijn atheïsme. Anderen vonden de benadering vanuit de neurologie, psychologie en genetica dan weer zeer interessant, ik ook!

Guy Leschziner is een neuroloog, verbonden aan de Guy’s and St. Thomas’ hospitalen in Londen. Hij leidt het Sleep Disorders Centre. Hij is professor neurologie en slaapmedicatie aan het King’s College in Londen. Hij treedt op in radio- en tv-programma’s.

Dit is zijn derde boek, dat hij heeft kunnen schrijven dankzij collega’s die zijn werk tijdelijk hebben overgenomen. Hij bedankt hen en vele anderen in zijn Dankwoord.

auteur: Guy Leschziner

non-fictie

uitgeverij Nieuwezijds 2025

ISBN 978 90 5712 617 8

Over de auteur

Verwant

Geef commentaar