Op de achterflap van het boek lezen we:
Op 20 november 1938 houdt René Magritte in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen
een voordracht ‘La ligne de vie’ opgeluisterd met lichtbeelden van zijn werk.

In deze voordracht, de belangrijkste die ooit over zijn schilderkunst is gehouden, belicht de kunstenaar voor het eerst het ontstaan van zijn oeuvre, zijn inspiratiebronnen, de verschillende stadia in zijn carrière en zijn band met het surrealisme. Hij beschrijft ook zijn creatieve proces, de benadering van ‘problemen’ die het denken moet oplossen door ze in schilderijen te materialiseren, de relatie tussen woorden en beelden, maar ook zijn fascinatie voor vervreemde of getransformeerde objecten.
Daarnaast onthult Magritte het politieke aspect van zijn betrokkenheid bij de surrealistische beweging: hij gaat in op de internationale kwesties van dat moment en hekelt zowel het opportunisme van de burgerlijke partijen als het immobilisme van links tegenover de opkomst van het fascistische gevaar.

Dankzij de Antwerpenaar Marcel Mariën, zeventien wanneer de schilder hem ontmoet en later een van zijn naaste medestanders, ontstaat in de Scheldestad in de jaren 1950 een surrealistische kring, die persoonlijkheden als Gilbert Senecaut, Leo Dohmen en Roger Van De Wauwer samenbrengt en zo de tweede generatie van het surrealisme vormt.
Het boek en tevens catalogus begeleidt de tentoonstelling Magritte. La Ligne de vie (KMSKA, van 15 november 2025 tot 22 februari 2026), waarin de kunstenaar als het ware zelf de rol van curator op zich neemt. Centraal staan de werken die hij tijdens zijn historische lezing besprak – schilderijen die hun geheimen deels prijsgeven, maar tegelijk nieuwe vragen oproepen.
Naast een diepgaande blik op zijn oeuvre, belicht de publicatie ook Magrittes rol als brugfiguur tussen het Brusselse en Antwerpse surrealisme. De tentoonstelling – en dit boek – laten zien hoe hij in dialoog stond met tijdgenoten als Marcel Mariën en Léo Dohmen, en hoe zijn invloed de Belgische kunst blijvend mee vorm gaf. Magritte zelf verwoordde het treffend tijdens zijn lezing “La Ligne de Vie”:
‘De Ladder van vuur gaf me het voorrecht te ervaren wat gevoeld werd door de eerste mannen die vuur maakten door twee stenen tegen elkaar te wrijven. Op mijn beurt liet ik vlammen uit een vel papier, een ei en een sleutel.’

‘Het eerste lichtbeeld dat werd geprojecteerd was een werk van Giorgio de Chirico, Het lied der liefde (1914), dat Magrittein het begin van zijn lezingomschreef als een ‘nieuwe visie waarin de beschouwer zijn isolement terugvindt en de stilte van de wereld hoort (p. 21)’.
‘De roos die ik op de plaats van het hart in de borst van een naakt meisje schilderde had niet het pakkende effect dat ik verwachtte. Later introduceerde ik in mijn schilderijen objecten met alle details die ze in werkelijkheid vertonen en ik besefte al snel dat mijn experimenten op die manier het beeldniveau konden ontstijgen en de werkelijke wereld ter sprake konden brengen.(p. 42 & lezing ’La ligne de vie’ p. 202)’

De titels zijn zo gekozen dat zij verhinderen dat mijn schilderijen zouden worden gesitueerd in een vertrouwde zone die de automatische gedachtegang ervoor zou vinden om zich niet ongerust te hoeven maken. De titels moeten dus een supplementaire bescherming bieden, waardoor elke poging verijdeld word om de poëzie te reduceren tot een zinloos spel. (p.88 & lezing ’La ligne de vie’ p. 200)
Het probleem van de deur riep een gat op waardoor men kon stappen. Ik toonde in Het onverwachte antwoord een gesloten deur in een kamer. In de deur onthult een vormeloos gat de duisternis. (p. 73 & lezing ’La ligne de vie’ p. 204)

Het probleem van de schoenen bewijst hoezeer de meest barbaarse dingen door de kracht van de gewoonte iets heel fatsoenlijk worden. Dankzij Het rode model voelt men aan dat de vereniging van een mensenvoet en een leren schoen in feite uit een monsterachtige gewoonte voortspruit. (p. 107 & & lezing ’La ligne de vie’ p. 205)
Jonge kunstenaars zoals Marcel Mariën, Gilbert Senecau, Roger Van de Wouwer en Leo Dohmen voelden zich aangesproken door het surrealisme van Magrettes lezing ‘La ligne de vie. In het laatste hoofdstuk van het boek en de tentoonstelling Magritte, La ligne de vie wordt een selectie getoond van deze kunstenaars.

p. 183 – foto F. Van Dessel

p. 166 – foto F. Van Dessel
Magritte, La ligne de vie. Auteurs: Xavier Canonne, Adriaan Gonnissen, Lisa van Gerven, Dennis Van Mol, Leo Peeters. Onder leiding van: Xavier Canonne,
Uitgeverij Ludion, 224 p. 29 x23,5 cm, Hardcover, 2 kg, 200 foto’s, Nederlands,
EAN 789464781205, € 39,90.
Het boek en tevens catalogus begeleidt de tentoonstelling Magritte. La Ligne de vie, nog geopend tot 22 februari 2026 in het KMSKA te Antwerpen.