Tijd voor de witte snelheidsduivels en een sterke delegatie schaatsers om aan de voeten van de majestueuze Alpen te oogsten waarvoor men gedurende jaren bloed, zweet en tranen liet. Goud, zilver en brons liggen voor het grijpen tijdens de Olympische Winterspelen. Een zestiendaags spektakel waarbij iedere seconde, elke beweging en keiharde duels bij de ijshockeycompetitie een wereld van verschil maken. Of hoe de grenzen tussen winst en verlies vervagen tot nauwelijks een sneeuwvlok verschil. En vermits alle ogen op Cortina d’Ampezzo en Modestad bij Italiaanse excellence Milaan zijn gericht, sparen de organisatoren kosten noch moeite om het etiket ‘prestigieus’ in ere te houden. Mariah Carey tijdens de openingsceremonie en een hopelijk een zeer eclectische soundtrack zullen wellicht extra waarde bieden. In afwachting van meer details, tijd voor een terugblik op Calgary, de gaststad in 1988 met een Canadese pianovirtuoos in een onuitwisbare hoofdrol.
Gevraagd tot en met
Zijn palmares vormde reeds een aaneenschakeling van goed in het oor liggende composities, waarvan gevestigde namen als Chaka Khan, Lionel Richie, Whitney Houston, Al Jarreau, Gloria Estefan, Michael Jackson, Céline Dion en Chicago profiteerden om hun persoonlijk imago en hun financieel vermogen flink omhoog te tillen. Dat de bedenker van ‘Winter Games’, geschreven voor de plaatselijke televisie, meer in huis had, vermoedden kenners zoals Rob Stenders en Ferry Maat van de legendarische Soulshow. Het vereeuwigen van nummer één hits was weliswaar geëvolueerd tot een routine. Pop en klassiek verenigen lag niet dadelijk voor de hand. Het eindresultaat, de cd ‘Symfonic Sessions’ uit 1987 onderstreepte het gelijk van hen, die begrepen hoe verrassend en degelijk de man uit Vancouver uit de hoek kon komen.
Foster goes classic
Al van bij de vrolijke opwarmer ‘het ‘Pianoconcerto in G’ verhulde Foster nauwelijks of niet zijn ware roots. Zowel in beide pianothema’s als in de magistrale orkestbegeleiding dook zijn bewondering op voor onder meer Maurice Ravel, het opstapje naar het latere impressionisme en Sergei Prokofiev, de geliefde auteur voor de ambitieuze deelnemers aan de loodzware Koningin Elisabethwedstrijd. Vooral de energieke introductie en het slot vertoonden veel raakpunten met het overbekende pianoconcerto in G van de Franse toondichter met hier een daar een vluchtige verwijzing naar de ‘Variations Symphoniques’ van Camille Saint-Saëns.
‘The Ballet’, ‘Time Passing’ met sober maar poëtisch gitaarwerk en ‘Water Fountain’ behoorden zonder enige discussie tot romantische en complexloze weggevers, waarbij piano en orkest met elkaar dialogeerden op een misschien iets te voor de hand liggende manier. Melodisch bekeken, bleef het geheel gelukkig een meer dan smaakvolle, nauwelijks vervelende belevenis met ‘Morning To Morning’ en ‘Just Out Of Reach’. Naar ons gevoel het boeiendste kwa inhoud, gezien de talrijke maar bijzonder verfijnd ontwikkelde imitaties van Claude Debussy, zonder in de val van de overdadigheid te trappen. Wat wel primeerde, was de mengeling van typische Brahms-, Rachmaninoff- en Tsjaikovsky elementen met een onrustig -zeg maar stormachtig- evoluerende structuur, die de strijkers zelden de gelegenheid bood om even de hoofdrol op te eisen.
Dus
‘We Were So Close’ als slot vormde een waardige afsluiter van de cd ‘Symphonic Session’, die bovenal een oprechte ode aan de grootste namen uit de romantisch-expressionistische literatuur inhield. Meteen ook een uitnodiging om het werk en de rijke collectie aan hits zoals ‘After The Love Has Gone’ van Earth, Wind & Fire uit te pluizen.

