De Karel van de Woestijne-prijs is een belangrijke Vlaamse literatuurprijs voor poëzie die wordt uitgereikt door de gemeente Sint-Martens-Latem, waar dichter Karel van de Woestijne (1878 – 1929) tussen 1900 en 1906 heeft gewoond.
De prijs wordt voortaan om de vier jaar uitgereikt voor Nederlandstalige poëziebundels. Eerdere winnaars luisteren naar namen als Gerrit Kouwenaar (2004), Leonard Nolens (2007), Charles Ducal (2010), Hans Tentije (2013), Liesbeth Lagemaat (2017) en Anneke Brassinga (2021).
Voor deze 7de editie moest de jury zich door 222 bundels een weg ploegen (naar schatting 60% waren Nederlandse inzendingen). Een intense opdracht voor de vakjury die bestond uit Anneleen De Coux, professor dr. Anja de Feijter, prof. Dr. Dirk De Geest en prof. Dr. Yves T’Sjoen. Het aantal ingediende bundels toont duidelijk aan hoe springlevend poëzie is, ook al zijn de bundels die commercieel interessant zijn voor een uitgeverij op één hand te tellen.
De 5 genomineerden waren:
- Maria Barnas (Hoorn, 1973) – Genomineerd voor: Diamant zonder r (Uitgeverij Van Oorschot, 2022)
- Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) – Genomineerd voor: Wat deed ik daar (Querido, 2024)
- Saskia De Jong (Alphen aan den Rijn, 1973) – Genomineerd voor: Het jaagpad op en af (De Harmonie, 2020)
- Peter Holvoet-Hanssen (Antwerpen, 1960) – Genomineerd voor: Goleman (Pelckmans, 2024)
- Charlotte Van den Broeck (Turnhout, 1991) – Genomineerd voor: Aarduitwrijvingen (De Arbeiderspers, 2021)
De jury was unaniem in haar keuze en koos -niet geheel onverwacht en misschien ook wel een beetje voorspelbaar- voor Charlotte Van den Broeck en omschreef haar als “de 21ste eeuwse reïncarnatie van Karel van de Woestijne”. Jurylid Yves T’Sjoen kon zijn adoratie voor haar werk moeilijk onder stoelen of banken steken tijdens het gesprek met de winnares. Volgens het juryrapport vat Van den Broeck literatuur op als “een kwestie van leven en dood. Het schrijven van poëzie is geen vrijblijvend spel met woorden, maar een zoektocht naar de essentie van het bestaan, naar de plaats van de mens in de maatschappij, de geschiedenis en de kosmos. Taal, register, ritme, klank en beeld zijn daarbij bevoorrechte middelen om verder te reiken van het waarneembare of het anekdotische”.
De genomineerden mochten elk één gedicht uit hun geselecteerde bundel laten meedingen naar de publieksprijs. Tijdens de publieksstemming in november bracht een groot aantal poëzieliefhebbers hun stem uit op het gedicht van Peter Holvoet-Hanssen, zeg maar de “ancien” in het rijtje die graag met taal speelt. Als poëzie meerstemmig is, dan is hij de vleesgeworden meerstemmigheid. Hij wordt ook wel eens de “troubadour van de Vlaamse poëzie” genoemd. Dat liet hij ook blijken toen hij zijn gedicht met veel -gesmaakt- aplomb bracht tijdens de uitreikingsceremonie.
Charlotte Van den Broeck ontving 2.500 euro (in 2004 was de prijs nog 3.000 euro, ook hier is cultuur onderhevig aan inflatie), Peter Holvoet-Hanssen een oorkonde. Beide dichters kregen ook een kader met een reproductie van ‘Meisje met tulpen’ (1926) van Gust De Smet, waarvan het origineel hangt in het museum Gevaert-Minne in Sint-Martens-Latem.
Tussen alle drukte die met zo’n prijsuitreiking gepaard gaat, konden we Charlotte Van den Broeck, die dit jaar ook de Boekenbon Literatuurprijs won met ‘Een Vlam Tasmaanse tijgers’ (uitgeverij De Arbeiderspers), toch strikken voor een korte reactie:
Hoe belangrijk is de prijs voor jou?
Ik denk algemeen voor de poëzie super belangrijk dat er zo’n initiatieven zijn die poëzie onder de aandacht brengen en naar het publiek brengen zoals ze hier in Sint-Martens-Latem gedaan hebben door die publieksprijs te organiseren en de mensen ook te betrekken bij welke gedichten hun aanspreken en welke niet. Het blijft helaas wel, en daar heb ik een beetje hartzeer van, een marginaal genre in de zin dat het weinig verkoopt als je naar de bredere uitgeefmarkt kijkt. Dus is zo’n initiatief als vandaag super belangrijk voor de poëzie. Ik ben heel vereerd dat ik met mijn eigen werk die bekroning krijg.
Neem je veel deel aan poëzieprijzen?
Dat doe je automatisch want het zijn de uitgeverijen die het werk inzenden. Dus dat gebeurt een beetje boven mijn hoofd.
Oh ja?
Ja, mijn bundel die vandaag bekroond werd is 4 jaar oud. Het is dus een leuke verrassing dat het 4 jaar later nog in de running zat om het zo te zeggen.
Je bent op verschillende terreinen actief, maar lees je zelf veel poëzie?
Absoluut en heel graag. Het is mijn eerste literair lief. Ik heb net een zoontje gekregen en dan is het soms moeilijk om tijd te vinden maar ik heb 3 dichtbundels op het toilet liggen (lacht)…
Dat is meteen mijn volgende vraag: wie lees je op dit moment?
De nieuwe bundel van Peter Verhelst (‘Nachtvlinders’), Sarah de Koning uit Gent. Zij heeft net een debuut uitgebracht, ‘Tekstielen’, dat is super spannende poëzie en als derde ‘Verzachtende omstandigheden’ van Lotte Dodion.
Remco Campert zei ooit: “Poëzie is een virus. Een gezond virus weliswaar”. Kan u zich een leven zonder poëzie voorstellen?
Nauwelijks. Het is ondertussen zo deel van mijn gevoelswereld en leefwereld en leeswereld. Niet dus.
Wat zou u zijn als u geen dichteres was?
Ik ben tot weinig anders in staat, dus ik ben heel blij dat ik dichter ben.
Dus is het van levensbelang?
Absoluut! (lacht)
Het gedicht van Peter Holvoet-Hanssen dat de publieksprijs won:
Grafschrift voor de levenden
heb je een droom die je niet meer kunt dromen
een beeld dat blijft vervagen, kijk dan naar dit
gedicht, nog hangen bomen aan de takken
en het gezicht vangt wind en is van aarde
verbonden met de doden en hun sporen
als gaten in de lucht – gescheurde wolk voor
de lappenmand – miserie in de kleren
besta je veel te hard, doe kroezen roezen
patroon van uitgezogen raten – ’s avonds
vangt onze hand het bronzen licht, bewaart het
diep onder dons en veren, onvervangbaar
Het gedicht van Charlotte Van den Broeck:
Sisklank
het is laat en de sisklank
snijdt de vrouw de pas
de sisklank bespiedt, gist
de vrouw geschikt
onder haar wijde jas, snerpt
verkleinwoordje en -ste
verkleinwoordje verkleinwoordje -ste
boos als de vrouw niets zegt
sist scherper komt dichter
tongpunt mespunt snede
bozer
kan de vrouw niet eens lachen
rammelend aan het dranghek
van de tanden wrijft de sisklank
zich tegen de spijlen op tot
het gehits de sis
smoort in de mond en staakt
stratenlang
tot de vrouw thuiskomt voelt het
alsof iets in haar schaduw sluipt