Een perskaart is geen vrijgeleide

Twee journalisten zijn onlangs door de federale politie staande gehouden aan Brussels Airport, nadat ze met een drone boven de perimeter van de luchthaven hadden gevlogen. De drone werd in beslag genomen. Het duo wilde – naar eigen zeggen – beelden maken in het kader van een journalistiek onderzoek. Maar rond luchthavens geldt een streng, Europees vastgelegd vliegverbod voor drones. Dat geldt voor iedereen, ook voor journalisten.

Wat hier gebeurd is, is op zichzelf niet uitzonderlijk: de drone-regelgeving is streng en de zones rond luchthavens zijn absoluut verboden terrein. Een drone laten opstijgen in zo’n zone betekent een risico voor het luchtverkeer en wordt daarom zonder discussie verboden. De politie is dan ook verplicht in te grijpen.

Waar het vaak misloopt, is in het misverstand dat journalistiek werk “boven” dit soort regels zou staan. Een perskaart opent deuren, maar schrapt geen enkele wettelijke verplichting. Ze geeft toegang tot bepaalde plaatsen en personen, maar ze verandert niets aan veiligheidsregels, luchtvaartwetgeving of andere normen die voor iedereen gelden. Journalistiek privilege is geen juridisch privilege.

Voor ons vak is dit een belangrijk punt. Journalistiek kan soms botsen op regels die hinderlijk lijken voor verslaggeving, maar dat betekent niet dat je ze kunt negeren. De kracht van de persvrijheid zit niet in het recht om wetten te overtreden, wel in het recht om vrij te publiceren wat maatschappelijk relevant is. Dat onderscheid moeten we helder blijven bewaken.

Wie journalistiek wil werken met drones, moet de regels volgen: de juiste certificaten, respect voor no-fly zones en overleg met de bevoegde instanties wanneer nodig. Alleen zo blijft onze geloofwaardigheid intact, én vermijden we dat incidenten als dit gebruikt worden om strengere beperkingen op te leggen.

Een perskaart is een verantwoordelijkheid, geen vrijgeleide.

Over de auteur

Verwant

Geef commentaar