Museale ambities van de Antwerpse Keizerskapel

Geruime tijd al staat de Antwerpse Keizerskapel op de kaart van het internationaal kunstgebeuren. Met schilderijen uit de 16de en de 17de eeuw die tot stand kwamen in de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden. Die werden/worden er als case-study in de kijker geplaatst. En kunnen online worden geraadpleegd door kunsthistorici over de ganse wereld. Wat ook gebeurt en talrijke reacties (en bezoekers) oplevert. Nadat aanvankelijk de spots werden gericht op schilderijen uit de Antwerpse school van de 17de eeuw werd het accent geleidelijk aan verlegd naar de Noordelijke Nederlanden. Men zou kunnen stellen de overgang van een hoofdzakelijk katholiek-religieuze naar een hoofdzakelijk profane thematiek. Het ligt in onze bedoeling om een permanente collectie van Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw tentoon te stellen in de Keizerskapel.

De Gouden Eeuw bij onze Noorderburen blonk uit op tal van terreinen wat de schilderkunst betreft. Fijnschilders in Leiden, Caravaggisten in Utrecht, landschapschilders in Haarlem, portretschilders in Den Haag en al die genres inclusief historieschilderkunst in Amsterdam. Eigenlijk werd een eerste impuls voor ons project in de Keizerskapel gegeven door het werk van de Leidse fijnschilder Willem van Mieris. Dat in de 19de eeuw deel uitmaakte van de collectie van August-Charles Delbeke (1853-1921), bewoner van het eveneens in de Keizerstraat gelegen en naar hem genoemde Delbekehuis. Het leverde meteen een eerste kwalitatief exempel van de fameuze Leidse school van fijnschilders. Panelen van andere tenoren in die branche zouden volgen. Met name Adriaen van der Werff en Heroman van der Myn.

Benjamin Cuyp Lezende Oriëntaal (1632).

Wanneer men het heeft over de Hollandse school van de 17de eeuw komt voor de hand liggend Rembrandt in beeld. Die eigenlijk het startsein van zijn carrière gaf in Leiden maar finaal in Amsterdam ‘explodeerde’. De Keizerskapel bezit enkele werken die refereren aan Rembrandts Leidse periode. Bijvoorbeeld een Lezende Oriëntaal uit 1632 van Benjamin Cuyp die sterk aan het oeuvre van Rembrandt uit de beginjaren ’30 doet denken. Mogelijk had Cuyp toen contact met hem. En eventueel ook met de gelijkgestemde Jan Lievens. De jonge Rembrandt en Jan Lievens werkten in de eerste jaren van hun kunstenaarschap nauw samen en legden in hun Leidse jaren de fundamenten voor hun carrière die een bekroning zou vinden in Amsterdam. Een ander paneel in onze collectie voorstellend de Boetvaardige Petrus draagt het monogram van Rembrandt en refereert aan het beroemde prototype (uit 1631) dat thans wordt bewaard in het Israel Museum in Jeruzalem. In die thematiek passen nog twee andere voorstellingen van Sint-Petrus die wij tentoonstellen, respectievelijk van de hand van Benjamin Cuyp en van Jan Lievens. Benjamin Cuyp die in de eerste plaats werkzaam was in Dordrecht, is goed vertegenwoordigd in de Keizerskapel. Ook een Corps de Garde en een Caravaggistisch ogende  Alexander en Diogenes kunnen er bewonderd worden.

Groep Rembrandt, Portret van Petrus Sylvius (1637).

Daarnaast omvat de collectie een (gefantaseerd)  Kerkinterieur van Anthonie de Lorme en vrouwenportretten van Gaspar Netscher en Isaac Luttichuys. Naast enkele landschappen van o.a.  Jacob van der Croos (1658, 1661), Roelof van Vries, Pieter Nolpe, Jan Meerhout (een Gezicht op Gorinchem), Frans de Momper, Jan Griffier …. inclusief werk van Quiringh Gerritsz van Brekelenkam, Jan Miense Molenaer en Pieter Mulier. Enkele kleine paneeltjes worden tentoongesteld als case- study: een ervan La Riboteuse stamt uit de onmiddellijke entourage van  Gabriel Metsu en wordt geëxposeerd samen met een gesigneerde tekening van hem voorstellend De koning drinkt. Het ligt in de bedoeling om een overzicht te geven van de Hollandse school en haar unieke thematiek, iconografie en stilistische karakteristieken.  Blikvanger op dit moment is een Portret van Petrus Sylvius (1637) dat refereert aan de bekende ets van Rembrandt en waarvan geen enkele andere geschilderde versie naar ons weten bekend is. Tot slot een Granida en Daifilo van Rembrandt-leerling Gerbrand van den Eeckhout, een Venus met Amor van Gerard Terborch en een Gewapende overval door struikrovers van Pieter Codde. En omdat hij in de Noordelijke Nederlanden succes boekte met zijn broer beeldhouwer Artus I Quellinus (subliem ensemble in het Paleis op de Dam in Amsterdam) exposeren we twee kleine panelen van Erasmus II Quellinus. De link met Antwerpen blijft bijgevolg levendig. De noordelijke biechtstoel in de Keizerskapel draagt trouwens de signatuur van Artus I Quellinus.

Over de auteur

Verwant

Geef commentaar