De rijzende ster van veelzijdige kunstenares Joëlle Dubois

Tot 7 december kan u de bijzondere tentoonstelling ‘Rekindling’ van de jonge Gentse kunstenares Joëlle Dubois (°1990) gaan bekijken in Museum Be-Part in Kortrijk. Het is het derde en laatste deel van een erg persoonlijk traject/project dat zich over verschillende jaren uitspreidt en handelt over moeder-dochterband. Het project startte toen bij haar moeder dementie werd vastgesteld. Je zou gemakkelijk kunnen spreken van een overzichtstentoonstelling is. Dat is het niet echt, maar het vormt ontegensprekelijk wel een geheel.

Kortrijk en cultuur als “collectieve zuurstof”

Maar eerst iets over Kortrijk. 15 jaar lang was er geen museum in Kortrijk. De stad profileerde zich al enkele decennia als design-(hoofd)stad van Vlaanderen maar had geen traditie in actuele beeldende kunst. Nu vullen het splinternieuwe (interactieve museum) Abby en Be-Part (dat deel uitmaakt van Be-Part Waregem) die leemte op. En de stad maakt een statement dat haaks staat op de rest van Vlaanderen, door uit te pakken met een stevig cultuurplan. Met zowaar een lange termijnvisie, op zijn minst tot in 2035. Zo staat te lezen in hun in 2024 goedgekeurd plan dat: 

“Cultuur een noodzakelijke voorwaarde is om te kunnen groeien als stad en als samenleving. Dit plan zet de rol van cultuur in onze stad centraal en heeft de ambitie om de impact er van te vergroten. Met de keuzes die we nu maken, willen we zorgen dat cultuur in 2035 collectieve zuurstof biedt aan alle inwoners en iedereen die hier werkt, studeert of op bezoek komt. We baseren die keuzes op onze sterktes en kansen: 1) We zijn een creatieve stad aan de Leie, in een regio van makers, doeners en durvers. Ondernemend en hardwerkend. 2) In onze urban village komt het goede van een stad en dorp samen: je hebt hier de mogelijkheden van een grootstad om te leven, wonen, werken, ontspannen en bezoeken. Tegelijk heeft Kortrijk de charme van een dorp waar je elkaar elke dag kan tegenkomen. 3) We zijn sterk verbonden in een dichtbevolkte regio, met grenzen (mentaal, geografisch, politiek, taal, …) die ons belemmeren en tegelijk kansen bieden. We verankeren de keuzes voor cultuur in het bredere stedelijke beleid en maken verbindingen met welzijn en gezondheid, onderwijs, economie, ruimtelijk beleid en stadsontwikkeling. Alleen door actief over de grenzen van domeinen en maatschappelijke sectoren heen te gaan, kan ons plan tot leven komen. We laten gewoontes los en maken gedurfde keuzes: acties, projecten en programma’s die misschien niet helemaal binnen de lijntjes kleuren. Dat is nodig en dat kunnen we. Want creativiteit en probleemoplossend denken zitten in ons DNA. We maken die keuzes ook samen met onze inwoners en bezoekers, met organisaties en verenigingen. In een sfeer van ontmoeting, engagement, vertrouwen en goesting zoeken we samen oplossingen en creëren zo nieuwe verhalen. En we vertrekken bij die keuzes vooral vanuit een onwrikbaar geloof in de kracht van cultuur, kunst en erfgoed als collectieve zuurstof voor mens, stad en samenleving. Het resultaat is een krachtig plan, met een gedragen visie en concrete acties. Het is méér dan een plan: het is een collectief engagement.”

Schepen van cultuur Felix De Clercq voegde daar tijdens zijn openingsspeech op de expositie van Joëlle Dubois aan toe: “Voor het bestuursakkoord voor de komende zes jaar vonden we inspiratie in een foto van een gebouw in Rwanda waarop een werk van aangebracht voor de steun aan sexueel misbruikte vrouwen met de titel ‘Les racines et les ailes’. Wortels en vleugels maken mensen sterker. Het brengt traditie naar een nieuwe tijd. Dat is wat een mens nodig heeft. De gemeenschap moet geprikkeld worden. We hebben een cultuurfonds opgericht om kunstenaars te helpen met een budget van 150.000€/jaar met de hoop om ze die vleugels te kunnen geven.”

Bijzondere locatie

Be-Part is ondergebracht op een bijzondere locatie in oude paardenstallen, gelegen naast de Buda-toren op een levendige artistieke site in het centrum van de stad, op wandelafstand van de Grote Markt. De Kortrijkzanen noemen het graag een museum maar daar is het (infrastructureel en klimatologisch) eigenlijk niet voor uitgerust. Noem het liever een authentieke museale galerij waar in dit geval de werken van Joëlle Dubois heel mooi en met veel “zuurstof” tot hun recht komen.

Joëlle Dubois

Patrick Ronse, artistiek directeur van Be-Part (recent raakte bekend dat hij ook de 4de Triënnale voor actuele kunst in Kortrijk zal leiden in 2027) ontmoette Dubois voor het eerst in 2018 toen ze in Waregem de Gaverprijs won. Sindsdien bleef hij haar werk volgen. Dubois is een autodidact pur sang met een bachelor grafische vormgeving. Pas later, tijdens haar master beeldende kunst, vond ze haar eigen stijl in de figuratieve schilderkunst. In 2016 won ze de publieksprijs van de wedstrijd ‘Coming people’ van het SMAK. Ze nam deel aan verschillende exposities in België (Bozar, SMAK) en Duitsland waar ze ondertussen vaste voet aan de grond heeft gekregen. In ons land zit ze “onderdak” bij Galerij Keteleer in Antwerpen.

Inspiratie haalt ze bij haar moeder die heel rock’n’roll was en zich ook zeer kleurrijk kleedde; bij wie elke kamer in een andere kleur geschilderd was. Artistiek is ze geïnspireerd door o.m. de Duitse schilder/graficus Otto Dix, de Colombiaanse schilder Fernando Botero en (hoe kan het ook anders) de Mexicaanse Frida Kahlo maar evengoed Instagram én… stripverhalen (“ik las heel veel strips tijdens mijn jeugdjaren, van Asterix en Obelix tot Nero enz.”). De “klare lijn” en het kleurgebruik doet mij ook een beetje denken aan Cowboy Henk van Herr Seele. Haar werk spreekt aan door een soort van eerlijke en integere ongeremdheid. Het persoonlijke van haar (intieme) verhaal wordt daardoor zeer universeel. 

Rekindling

Letterlijk betekent de titel: het vuur terug aanwakkeren van wat dreigde te doven, een poëtische manier om met het verlies van haar mama en de rouw om te gaan. De tento opent veelzeggend met een weekpagina uit haar dagboek over de tijdsbesteding en de gemoedgesteltenis van haar mama.

Hoe stop je die emoties in je werk?

Joëlle Dubois (*): “Ik vertel verschillende verhalen met mijn werk. Het is nooit éénlijnig. Wat wil ik vertellen? Ik maak eerst een soort collage in mijn hoofd op vlak van compositie en kleurgebruik, van verschillende elementen, invalshoeken, inspiratiebronnen en gaandeweg komt dat samen. Zolang het niet af is of niet klopt voor mij, is het beeld niet af.”

In 2020 vond haar eerste solotento ‘Forget Me Not’ plaats als reactie op de Alzheimerdiagnose die haar moeder kreeg tijdens coronatijd.

Dat was een introspectie, van wat doet dat met haar, ‘vergeten’? Haar moeder kende haar niet meer, verloor haar spraak, hun communicatie verliep met gebaren en muziek i.p.v. met woorden. Het was zeer intens als mantelzorger. Joëlle heeft in totaal meer dan zeven jaar voor haar gezorgd.

Wat uit het geheugen verdwijnt, blijft bestaan in beelden. Het dikwijls harde en uitdagende karakter van het 1ste deel van haar project (vanwege het gevoel van onmacht? Wat op zich ook een vorm van rouw is) heeft plaatsgemaakt voor verstilling.

Kleuren zijn heel belangrijk in het werk van Dubois. Schilderijen zijn soms volledig in het felrood, anderen in het felgroen of het felblauw. Het zijn kleuren die de emotionele ondertoon versterken van het gevoel dat ze had op het moment dat ze het schilderij maakte.

Alphons Freijmuth: “Kunst is uiterst geschikt voor emoties die je in de weg staan. Het geeft vorm aan emoties, geeft voor jezelf een mogelijkheid emoties te kennen en te herkennen”.

Het 2de luik werd ‘From Here On Out’ gedoopt toen haar moeder gestorven was (in 2024) en nu toont ze dus het 3de luik met een selectie van sleutelwerken van de 3 “hoofdstukken”. Opvallend is dat Dubois voor het eerst ook uitpakt met glas in lood-werken en een 20 minuten durende video i.s.m. Florinda Ciucio waar ze anderhalf jaar aan gewerkt heeft.

Dubois (*): “Video was een uitdaging. Tijdens haar ziekte ben ik mijn moeder als een gek beginnen filmen met mijn smartphone. In het woonzorgcentrum als ze aan het eten was. Als herinnering ook, maar gaandeweg gaf het mij inspiratie om er verder mee aan de slag te gaan. In zoiets pijnlijk zit er ook veel schoonheid. Er is nog heel veel taboe over dementie. Veel mensen zijn er bang voor, weten er te weinig van. Een video is een soort van universele taal. Ze was haar taal volledig verloren maar op film en muziek reageerde ze wel nog. Video is een uitdaging. Van zodra het te gemakkelijk wordt, is het voor mij geen uitdaging meer”.

“De blik” (van Dubois) om (ons) anders naar de dingen te (doen) kijken

Dubois (*): “Ik ben niet bewust bezig met de kijker of met het doel dat ik wil bereiken bij de kijker. Ik start vanuit mezelf en wat ik mezelf wil vertellen en dan is het super schoon als mensen zich daarin herkennen en er hun eigen verhaal in kunnen leggen. Ik wil het vooral openlaten en niet mijn verhaal opdringen.”

Jouw serie geeft een andere blik op de vrouw, bewust of onbewust?

Dubois (*): “De kunstwereld is nog steeds een mannenwereld. Vrouwen worden dikwijls afgebeeld als muze, door een mannelijke blik. Als jonge vrouw in de kunstwereld wil ik die blik wel veranderen, vanuit míjn perspectief laten zien. Ik beeld vrouwen in mijn werk niet af als muze of als naakten om naar te kijken. Mijn personages zijn zich niet bewust van die blik. De kracht blijft binnen dat schilderij en het personage. Precies door die kracht wil ik de blik laten transformeren”. En of ze daarin slaagt.

Dubois denkt niet in hokjes. Diversiteit en lichamelijkheid/sexualiteit zijn voor haar een vanzelfsprekendheid. Ze gebruikt naaktheid als de ultieme kwetsbaarheid. Maar door de enorme kracht die ze uitstralen en de felle, vaak monochrome kleuren, gaan ze voorbij het sexuele. Dat doet mij terugdenken aan de briljante film ‘Prospero’s Books’ van de Britse filmmaker en beeldend kunstenaar Peter Greenaway en zijn al even briljante expositie ‘The physical self’ in het Rotterdamse Museum Boymans-van Beuningen in 1991. In zijn film liepen er ongeveer drieduizend naakte mensen rond. In zijn tentoonstelling stonden vier vitrinekasten opgesteld met daarin levende mensen in hun blootje in klassieke houdingen zoals we die kennen van schildersmodellen of standbeelden. Naakt is iets wat we allemaal kennen en toch hebben we er zo’n fascinatie voor. Maar het fascinerende was dat hoe langer je naakten zag, hoe minder erotiserend ze werden. Ze gingen voorbij het sexuele. Bij seks denken we aan naaktheid maar net als bij Greenaway heeft Dubois de naaktheid ontdaan van haar sexuele connotatie. Alsof we voorbij de erotiek plots ons eigen lichaam ontdekken. En ook Greenaway speelde in zijn films vaak met rode en blauwe kleuren én zaten vol symboliek. In mijn archief vond ik een interview terug met Greenaway uit 2003 die daarin zegt: “De menselijke naaktheid is het centrale thema van de Westerse kunst. En waarom zoveel vrouwen? Zij werden doorheen de hele wereldgeschiedenis slecht behandeld… waardoor we te weinig met de feminiene kijk op de wereld worden geconfronteerd.” Precies, die “blik” waarover Dubois het heeft. De “blik” die ze net als Greenaway wil veranderd zien. Ze zal het graag lezen. Allemaal toeval of zou Dubois durven verzwijgen dat Greenaway ook één van haar inspiratiebronnen is?

In haar tekenreeksen is de navelstreng zeer nadrukkelijk aanwezig. Als “wortel” naar ons verleden, onze afkomst. Als “verbinding” met onze genen. Alsook haar lang haar. Dubois had zichzelf voorgenomen om haar haar te laten groeien zolang haar moeder leefde. Na het overlijden heeft ze haar vlechten afgesneden, die nu ook een onderdeel vormen van de expositie.

We zien veel zelfportretten en ook heel wat symboliek (vlinders, kaarsen, openstaande ramen, kraaien, tranen…) in een heldere beeldtaal zoals we die ook (her)kennen van (bij) Magritte en Delvaux.

Dubois debuteerde in 2015 maar nauwelijks tien jaar later kunnen we haar nog bezwaarlijk een upcoming artiest noemen. Ze heeft zich met een bijzonder transparante eigenheid (snel) een plek veroverd in het peloton actuele kunstenaars. Een groot deel van de tentoongestelde werken komt uit privé-collecties. Ze is duidelijk goed opgepikt in het (inter)nationale circuit wat haar in een interview in ABSoluut Magazine de reactie ontlokte: “Ik kan mijn eigen werk niet eens betalen”.

‘Rekindling’ is doordat het een bundeling is van werken uit verschillende (emotionele) periode’s een unieke gelegenheid om deze kunstenares te leren kennen of te ontdekken. Ik denk dat het voor Dubois een uiterst moeilijke oefening moet geweest zijn om voor ‘Rekindling’ een selectie te maken.

Het spannendste moment dient zich nu ongetwijfeld aan want hoe zal haar toekomstig werk en beeldtaal eruit zien. Daar zijn we heel erg benieuwd naar. Alle “blikken” zijn gericht op Dubois.

Enkele weken na de opening van de tento waagde ze zich ook aan streetart. In Gent maakte ze op de zijmuur van ontbijt- en lunchbar Den Hoek Af (Vlaanderenstraat) haar eerste publieke muurschildering in de vorm van een stilleven i.s.m. haar partner, de wereldbekende graffitikunstenaar Bué the Warrior. Geen uitdaging is haar teveel.

Catalogus als ambassadeur

Joelle Dubois met Tim Bisschop.

Bij het verlaten van het museum kreeg ik het gevoel “is het nu al gedaan?”. Want je wil als toeschouwer meer zien. Gelukkig is er het boek (catalogus) dat verscheen bij uitgeverij Hannibal in een alweer knappe vormgeving van Tim Bisschop. Jammer dat de drie interessante teksten/interviews niet in het Nederlands zijn vertaald. Enerzijds begrijpelijk omdat men Dubois in het buitenland wil promoten maar anderzijds stelt het toch teleur dat de eigen mensen verstoken blijven van een Nederlandse vertaling.

Je kan het boek gerust omschrijven als “ambassadeur” van haar werk of althans het eerste decennium. Je krijgt niet alleen een mooie samenvatting van haar drieluik. Meer nog: het is een gelaagd boek want mensen die personen met dementie kennen of meegemaakt hebben, zullen veel troost vinden. De beelden en de kleuren zijn handvatten voor gespreksonderwerpen. Of hoe kunst en gezondheidszorg elkaar versterken. Of hoe in verdriet, rouw en pijn ook veel troost en schoonheid kan zitten.

Nu te zien tot 7 december én…toegankelijk volgens het “betaal wat je kan”-principe met 5€ als suggestie.

(*) uitgezonden op de Oostvlaamse regionale radio-omroep Tequila.

Over de auteur

Verwant

Geef commentaar