Ooit waren ze een vertrouwd beeld in onze lage landen landschap, vandaag zijn ze herleid tot rariteit en zeldzaam erfgoed: de molens. Gelukkig zijn ze aan een revival toe, worden ze gerestaureerd en in ere hersteld. Laat de wieken maar draaien!
De kracht van water en wind
Al in de oudheid had de mens in de gaten dat je de kracht van de natuur kon gebruiken om werk uit te voeren dat voor de mens té zwaar was. Zo ontstonden aan het einde van het Romeinse rijk al watermolens waarbij gebruik gemaakt werd van het stromende water van rivieren en beken met voldoende verval voor de aandrijving van een rad. In een veel later stadium ontstonden de windmolens waarbij het draaiende rad vervangen werd door wieken die bewegen door windkracht. De eerste molens waren gemaakt in hout, in een later stadium werd de houten onderbouw vaak vervangen door een stevigere, stenen constructie. Om optimaal gebruik te maken van de opgewekte kracht van de molen, werden maalstenen of molenstenen in de molens gebruikt om te malen. Hoe ingenieus het molensysteem is, mag blijken uit het stijgend aantal windmolenparken in ons land die in hun hedendaagse technologische versie onze groeiende behoefte aan elektriciteit moet ondersteunen;…
De eerste verticale windmolen is zonder twijfel ongeveer duizend jaar geleden ontstaan in onze lage landen, in het graafschap Vlaanderen. De molens werden gebruikt om gebieden droog te “malen” en in te polderen en de energie die door de molens werd opgewekt werd daarnaast gebruikt om graan te malen of te stampen, verfpigmenten of andere grondstoffen fijn te maken, een last op te takelen of elektriciteit op te wekken, oliehoudend zaad te pletten, hout te zagen,… . Tot pakweg tachtig jaar geleden stonden boeren met karren na de oogst vol met hun graanproducten aan te schuiven aan de duizenden molens die Vlaanderen toen nog telde. Ieder dorp telde minstens één water- of windmolen, daarvan getuigen nog de meest voorkomende straatnamen in Vlaanderen als Molenstraat, Molenweg, Molensteeg en Molendreef;… En natuurlijk de – vaak door heemkundige kringen georganiseerde – molenfeesten;…
Zo werden de molens een onmisbare schakel in onze voedselvoorziening, de motoren van onze economie en leverden ze eeuwenlang een heel aanzienlijke bijdrage aan de welvaart in onze streken. Door de industriële revolutie en de opkomst van de elektriciteit kon de windmolen de concurrentie met elektrisch aangedreven maalderijen niet aan en kenden veel molens een roemloos einde. Ze werden niet hersteld na (natuur)schade, afgebroken en soms omgetoverd tot woonhuis… Zeker de houten exemplaren verdwenen na de Tweede Wereldoorlog met grote snelheid uit het landschap. In de 19e eeuw waren er in Nederland ongeveer 10.000 windmolens actief maar in de molendatabase vandaag zijn nog slechts 1191 Nederlandse en 1331 Belgische molens opgenomen… Gelukkig gaat de belangstelling voor molens opnieuw in stijgende lijn en worden ze vandaag beschouwd als kostbaar erfgoed. Gemeentes en overheden investeren vandaag in het behoud en de restauratie van molens en de vrijwillige molenaars die de zelfstandige molenaars van vroeger hebben vervangen, malen soms ook echt graan, zoals in de Kaasstrooimolen in Heist-op-den-Berg. Noteer nu alvast in uw agenda: de laatste zondag van april is het nationale molendag!
Zelf molenaar worden?
Het molenaarsambacht kent een rijk verleden maar vandaag blijven er in Vlaanderen nog een tiental beroepsmolenaars en ruim driehonderd actieve vrijwillige molenaars over. Zij houden de laatste historischemolens in Vlaanderen in goede staat en beschermen zo onze molenmonumenten.
De revival van het molengebeuren maakt, dat heel wat mensen vandaag zelf molenaar willen worden. Kan zoiets? Zeker, de eerste lichting vrijwillige molenaars kreeg al in de jaren ’70 van de vorige eeuw opleiding van de laatste generatie beroepsmolenaars. Die kennis wordt nu doorgegeven in een cursus die bestemd is voor mannen én vrouwen en die georganiseerd wordt door het Gilde van Molenaars. Maar het molenaarsambacht vereist heel wat stielkennis: molenaars moeten een molen die soms schudt en kraakt in de meest uiteenlopende weersomstandigheden veilig kunnen bedienen en zelf kleine onderhoudswerken kunnen verrichten. Ze moeten vertrouwd zijn met de geschiedenis en de folklore van molens en molenaars; gerst, tarwe en spelt van elkaar kunnen onderscheiden, voldoende kennis hebben over molenstenen, houtsoorten en hygiëne, en een boeiende rondleiding in hun molen kunnen geven.
De opleiding wordt gespreid over tien zaterdagen. Naast theorie zijn bezoeken aan een aantal molens ingepland voor praktijklessen. Je wordt meester-molenaar als je slaagt voor een theoretisch examen binnen een periode van twee jaar, minstens 100 uur stage volgt bij een meester-molenaar en met succes het praktijkexamen aflegt. Na de opleiding beheers je oude ambachtstechnieken, ken je het ritme van wind en water en ben je in staat een molen zelfstandig te bedienen. De nieuwe molenaars moeten de toepassingen van de basiswetten van de klassieke mechanica, zoals kinematica, dynamica, kinetica en sterkteleer leren beheersen, wat een hele uitdaging is. Maar wat een goede zaak voor de zowat 250 nog actieve water- en windmolens die in Vlaanderen nog altijd een beeklandschap of een kouter karakter en uitstraling geven! Dat de opleiding succes heeft, blijkt wel uit het feit dat die jaar na jaar snel volzet is…
Kempens Landschap (https://www.kempenslandschap.be/) is een van de organisaties die zich inzet voor het behoud van molens (zie fotocarrousel hieronder). Een lijstje?
- D𝗲 𝗭𝘄𝗮𝗿𝘁𝗲 𝗠𝗼𝗹𝗲𝗻 in Lille: Stichting Kempens Landschap en de gemeente Lille restaureerden de Zwarte Molen om er een charmant vakantieverblijf in onder te brengen.
- In Gierle staat de molen ‘In Stormen Sterk’ uit 1499. De molen raakte beschadigd door stormen, brand of vernielingen en zelfs een orkaan in 1837 maar werd telkens opnieuw opgebouwd. De wieken hebben een spanwijdte van 26,5 meter wat de molen tot een van de grootste van het land maakt.
- De Scherpenbergmolen in Malle werd gebouwd in 1843. Kempens Landschap kocht het perceel recent en garandeert zo de toekomst van de molen en het molendomein. De percelen rondom de molen worden ingezaaid met historische graansoorten om het authentieke landschap te versterken.
- De Beddermolen in Westerlo dateert uit 1683, toen een houten windmolen. De oorspronkelijke molen werd in 1963 verwoest door een blikseminslag, maar opnieuw opgebouwd in 1981 en is in 2016-17 maalvaardig gerestaureerd.
- De Brakken is een stenen molen in Oelegem. In 1943 werd het indrukwekkende bouwwerk beschermd als monument en aan het einde van de twintigste eeuw werd de molen volledig gerestaureerd.
- De Gansakkermolen is een parel in het prachtige Scheldelandschap in Puurs-Sint-Amands en vertelt een uniek verhaal. Oorspronkelijk stond deze houten molen uit 1797 op de Gansakker in Geel. Tot in 1987 liet de toenmalige molenaar de molen nog regelmatig draaien maar door oprukkende aangrenzende bebouwing en natuurlijke slijtage raakte de windreus in verval. Na enkele omzwervingen kwam de molen in 2014 in handen van de Koninklijke Vereniging voor Natuur en Stedenschoon (KVNS) die met de aankoop een kans zag om het historisch landschap langs de Schelde in Puurs-Sint-Amands te herstellen. Voor de restauratie en heropbouw van de molen schakelde de gemeente Puurs-Sint-Amands in 2021 Stichting Kempens Landschap in. De organisatie maakte een restauratiedossier op om de molen weer maalvaardig te maken. In 2023 gingen de molenonderdelen naar het atelier van molenbouw Adriaens in Nederland voor een grondige restauratie. In de zomer van 2024 keerden ze terug als een reusachtig bouwpakket, waarna de molen weer werd opgebouwd in Puurs-Sint-Amands. De gemeente en de Vlaamse overheid financierden de werken.
Ook gebeten geraakt door ons molenerfgoed? Lees dan:
https://www.vlaamsemolens.com/vlaamse-molens-magazine/
https://www.kempenslandschap.be
http://www.levendemolens.be/
https://www.molenforumvlaanderen.be: verenigt alle molenverenigingen in Vlaanderen.
https://immaterieelerfgoed.be/nl/erfgoederen/molenaarsambacht


