“Kappen aan de ruwe steen (de Vrijmetselarij als spiegel van de maatschappij)” is de titel van een eerder dit jaar bij ASP (Academic and Scientific Publishers, Brussel) verschenen boek onder de redactie van de Gentse schrijvers Rik Pinxten en Jean Swings. Met ondermeer, bijdragen van – zich als logelid bekendmakende – relatief bekende Vlaamse auteurs als ex-provinciegouverneur Herman Balthazar, VUB-professor en regelmatige mediagast Jean-Paul Van Bendegem, enkele hoogleraars aan de Gentse (Rijks)Universiteit als Rudy Doom, Freddy Decreus, Kathleen Ghequiere… toetsten de samenstellers de in de achttiende eeuw ontstane Vrijmetselarij aan de hedendaagse tijden en maatschappelijke context.

Vele invalshoeken

Over 425 bladzijden (met illustraties van ondermeer fotografe Hilde Braet en Willem Vermoere + iconografisch materiaal) wordt de per definitie geheime filosofische en filantropische groep van vrij(e)denkers in meerdere opzichten ontbolsterd in eerlijke getuigenissen van de groepsleden die uitgenodigd werden om er in te publiceren. Daarbij komen tientallen aspecten en invalshoeken aan bod van puur wijsgerig tot samenlevingsbetrokken.

Voor buitenstaanders zijn vooral deze laatste zéér interessant. Bovendien spreken ze de vele clichés tegen die – niet zelden door fervente tegenstanders – over het genootschap worden gebruikt. In de recentste geschiedenis moesten de leden van de Loge zich regelmatig in de clandestiniteit begeven in landen en onder regimes van fascistische en dictatoriale aard. In het Spanje van Franco en het Italië onder Mussolini trokken ze zich terug in berghutten… en in het Praag onder Sovjet-Russische ‘bezetting’, kwamen ze stiekem bijeen in ondermeer biljartcafés en kunstgalerijen.

De clichés doorprikt

De verzamelde essays proberen ondermeer een aantal vaak niet gestaafde clichés over de filosofische broederschap te ontluisteren… maar niet als een apologie, maar veeleer met in de samenleving gewortelde overwegingen én vaak ook met de nodige zelfkritiek. Of zoals UG-professor Serge Hoste poneert: “Ik mag stellen dat, gedurende die drie eeuwen [sinds de oprichting van de vrijmetselaarsloges in Londen in 1717], veel is veranderd, zo goed binnen de maçonnerie als in de rest van de wereld. We cultiveren nog steeds een model waarin een diepe kloof heerst tussen onze besloten arbeid en de profane wereld.” En verder, over de rituele omstandigheden waarin de tempelzittingen plaatsvinden: “Onze ritualiën bevatten ook anachronismen die we met eerbiedige schroom in leven houden, doorgaans in wijsheid maar vooral bij gebrek aan beter”.

Heden en toekomst

De Nederlandse Doctor in de Letteren Ingrid De Bonth voegt daar aan toe: “Als we ons inderdaad bevinden in een transitiefase tussen tijdperken, dan moeten we ons afvragen hoe we ons tot onszelf en onze medemensen moeten verhouden…/… Hoe kunnen we een balans blijven vinden tussen de waardevolle elementen van onze tradities en de vaak broodnodige acties die leiden tot nieuwe ontwikkelingen?”.

Meerdere schrijvende medewerkers aan het boek vallen terug op dit Vrij Onderzoek, niet alleen naar wat er zich in de actualiteit van de samenleving aandient, maar ook in de eigen rangen van de filantrope en in het beste geval wereldverbeterende internationale vereniging van nadenkende mensen, zonder onderscheid van ras, gender, sociale situatie, diploma’s. Dat laatste is ook weer één van de heersende vooroordelen, als zouden de logewerkplaatsen voorbehouden zijn aan de hoogst intellectueel gevormden. Men vindt er ook onderwijzers, self made kunstenaars, lagere bedienden… dokwerkers.

Vrouwen welkom

Als het boek “Kappen aan de ruwe steen (de Vrijmetselarij als spiegel van de maatschappij)” iets kan verweten worden is het de ondervertegenwoordiging van bijdragen van vrouwelijke auteurs. Nochtans in Vlaanderen zijn er een aantal vrouwenloges verzameld in de Vrouwengrootloge van België en gemengde werkplaatsen, die bijeenkomen onder de auspiciën van de Belgische Federatie Le Droit Humain. In deze laatste zitten meestal beduidend méér vrouwen dan mannen. Een recente evolutie is bovendien dat een aantal oorspronkelijke ‘mannenateliers’ van het Grootoosten van België ook meer en meer vrouwen toelaten tijdens hun zittingen.

De nieuwe publicatie onder redactie van Pinxten en Swings is voor diegenen die van binnen in of aan de periferie van de vrijdenkersactiviteiten geïnteresseerd zijn, een erg verrijkende en geactualiseerde kroniek van de Vrijmetselarij anno 2017. Voor wie op zoek gaat naar een authentieke, niet op vooroordelen gebaseerde stand van zaken slaagt het werk er behoorlijk in om een introductie te wezen in een gecultiveerd mysterieuze en een relatief in beslotenheid gekoesterde leefwereld. In tegenstelling tot vele andere boeken over het fenomeen is het niet met een haatpen geschreven maar het oververheerlijkt ook niet ongeloofwaardig.

KAPPEN AAN DE RUWE STEEN

 

Over de auteur

Verwant

Geef commentaar